<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Pieter-Jan+Haas</id>
	<title>informatiestandaarden - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Pieter-Jan+Haas"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/wiki/Speciaal:Bijdragen/Pieter-Jan_Haas"/>
	<updated>2026-04-06T12:28:23Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.0</generator>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Landingspagina_Labcodeset&amp;diff=13789</id>
		<title>Landingspagina Labcodeset</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Landingspagina_Labcodeset&amp;diff=13789"/>
		<updated>2018-02-09T09:47:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: foute link hersteld&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== Handleiding Nederlandse Labcodeset ==&lt;br /&gt;
===Labcodeset definities en regels===&lt;br /&gt;
De Nederlandse Labcodeset bevat LOINC concepten die in Nederland gebruikt worden bij berichten tussen laboratoria onderling. Informatie over de samenstelling van de Nederlandse set en de afspraken rondom coderingen (codeerconventies) van microbiologische testen zijn [[Labcodes_microbiologie|hier]] te vinden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Nederlandse Labcode bevat:&lt;br /&gt;
* Het betreffende LOINC concept (Engelse variant).&lt;br /&gt;
* De vertaling naar Nederlands uit LOINC, mits daar aanwezig.&lt;br /&gt;
* Een Nederlandse Long Common Name, als deze bestaat in LOINC of is toegevoegd in de applicatie.&lt;br /&gt;
* Een koppeling aan een of meer materialen uit Snomed-CT.&lt;br /&gt;
* Eventueel een koppeling aan een of meer methoden.&lt;br /&gt;
* Eventueel een koppeling aan een uitkomst.&lt;br /&gt;
* Eventueel een commentaar met nadere toelichting.&lt;br /&gt;
====Materiaal====&lt;br /&gt;
Een Labcode met status &#039;active&#039; en een LOINC concept met System=&#039;XXX&#039; MOET een gekoppeld materiaal hebben.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het toevoegen van een concept uit LOINC, wordt het LOINC System vertaald naar een Snomed CT materiaal met een vertaaltabel, wat automatisch toegevvoegd wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In beginsel wordt er één materiaal gekoppeld, behoudens gevallen als &#039;Urine + Ser/Plas&#039;. Nader bepaald wordt hoe hier precies mee wordt omgegaan.&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Methodes dienen geselecteerd te worden uit de SNOMED-tak 272394005 | Technique (qualifier value)|. Als daar methodes ontbreken kunnen die worden aangevraagd in het BITS-project &#039;SNOMED CT - beheer&#039;.&lt;br /&gt;
Het zal enige tijd vergen om alle methodes die nu in de methode-tabel staan, te koppelen. Voorlopig dwingen we het bestaan van een koppeling daarom niet af; maar als er een koppeling is, dan moet die een afstammeling zijn van 272394005 | Technique (qualifier value)|.&lt;br /&gt;
====Uitkomst====&lt;br /&gt;
Uitkomsten zijn:&lt;br /&gt;
* Eenheid: Alléén kwantitatieve bepalingen hebben een UCUM-eenheid; maar niet alle kwantitatieve bepalingen hebben een eenheid (bv. pH-waarde is een uitzondering). De tabel die nu in Labcodeset zit is volledig; UCUM-eenheid wordt gekozen uit die tabel.  &lt;br /&gt;
* Ordinaal: er is al een aantal ordinale lijsten gedefinieerd.&lt;br /&gt;
* Nominaal: Er is één nominale lijst: die van micro-organismen. We gebruiken altijd de volledige lijst, niet een subset. Ook als LOINC een specifiek organisme noemt; want het kan best dat je bij het uitvoeren van die test toch een ander organisme ontdekt en dat wil je dan wel kunnen rapporteren. &lt;br /&gt;
* Met andere mogelijkheden in LOINC zoals Narrative en Document wordt niets speciaals gedaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Status van Labcode concepten===&lt;br /&gt;
Labcode concepten ondergaan de volgende status-cyclus. &#039;Potential&#039; is een status voor LOINC concepten die nog niet in de Labcodeset zitten, en dus potentieel lid gemaakt kunnen worden.&lt;br /&gt;
[[Bestand:Lab-state-diagram.png|none|960px|Statusovergangen|links]]&lt;br /&gt;
Daarnaast hebben alle concepten een LOINC status. Voor Labcodes die &#039;active&#039; zijn, MOET de LOINC status ook &#039;ACTIVE&#039; zijn.&lt;br /&gt;
===Controles===&lt;br /&gt;
Bij het &#039;active&#039; maken van een concept worden de volgende controles uitgevoerd.&lt;br /&gt;
* Is de status overgang toegestaan?&lt;br /&gt;
* Heeft de ingelogde gebruiker een andere dan de laatste bewerker (4-ogen principe)?&lt;br /&gt;
* Is de status in LOINC &#039;ACTIVE&#039;?&lt;br /&gt;
* Is er een Nederlandse longName?&lt;br /&gt;
* Als het een panel is, kan het panel gevonden worden?&lt;br /&gt;
* Zo ja, zijn alle leden van het panel zelf lid van de Labcodeset?&lt;br /&gt;
Is het antwoord op een van deze vragen nee, dan is active maken niet toegestaan. Dat wordt zichtbaar gemaakt met een &#039;error&#039; vlag (uitroepteken op rood bordje). De error zelf is leesbaar onder Details. De controles worden ook uitgevoerd bij andere statuswijzigingen of het aanpassen van de Nederlandse longName. Als er geen fouten zijn, verdwijnt de error vlag weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== LOINC Panels ===&lt;br /&gt;
LOINC Panels zijn sets van gerelateerde LOINC testen, die samen aangevraagd of uitgevoerd kunnen worden. Een voorbeeld is:&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! LOINC code !! Component !! Panel / lid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 43135-3 || 17-Ketosteroiden &amp;amp; 17-Ketogen steroiden panel|| Panel&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27866-3 || 17-Ketogen steroiden|| Lid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 21038-5 || 17-Ketosteroiden || Lid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 13362-9 || Verzamelduur|| Lid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3167-4 || Monstervolume|| Lid&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
De LOINC code 43135-3 is een Panel, die samengesteld is uit 4 testen.&lt;br /&gt;
==== Panel weergave ====&lt;br /&gt;
De Labcodeset kan geopend worden in normale weergave of Panel weergave. Bij normale weergave worden zoekresultaten getoond met het kopje &#039;Resultaten&#039;, in Panel weergave met de kop &#039;Panel&#039;. In Panel weergave wordt een panel getoond, met alle onderdelen van dat Panel. Het Panel staat bovenaan, de Panel members zijn ingesprongen. De volgorde volgt de &#039;Sequence&#039; zoals gedefinieerd in LOINC.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In normale weergave kan de status van een Panel niet gewijzigd worden. In plaats daarvan is de &#039;Volledige naam&#039; een link naar een pagina in Panel weergave. Panel weergave kan ook geopend worden met een link van de vorm:&lt;br /&gt;
    {hostname}/art-decor/labconcepts?search=43135-3&amp;amp;panel=true&lt;br /&gt;
[[Bestand:Lab-panel-mode.PNG||Panel weergave]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Panel weergave kan de status van een Panel wel gewijzigd worden. Als een Panel wordt toegevoegd (status &#039;potential&#039; -&amp;gt; &#039;draft&#039;) worden alle elementen eronder ook op &#039;draft&#039; gezet als ze nog geen onderdeel van de Labcodeset zijn. Zijn ze dat wel, dan behouden ze de bestaande status. Een Panel kan pas &#039;active&#039; gemaakt worden als alle elementen eronder ook &#039;active&#039; zijn. In Panel weergave wordt altijd ook gezocht in LOINC, omdat ook elementen die bij het Panel horen, maar (nog) geen onderdeel zijn van de Labcodeset getoond moeten worden. Daarom staan de status filters ook uit. In Panel weergave worden dus alle concepten getoond.&lt;br /&gt;
== Handleiding Applicatie ==&lt;br /&gt;
In de Nederlandse Labcodeset applicatie kan gezocht worden op concepten in de Labcodeset. Er zijn twee soorten gebruikers:&lt;br /&gt;
* guest, deze zijn niet ingelogd en kunnen alleen concepten met status &#039;active&#039; zien&lt;br /&gt;
* beheerders, gebruikers die ingelogd zijn en lid van group &#039;lab&#039;, deze kunnen alle concepten zien en wijzigen.&lt;br /&gt;
===Zoeken===&lt;br /&gt;
Zoeken op concepten gebeurt door het invoeren van een zoekstring en op Enter te drukken of op &#039;Zoeken&#039; te klikken. Mogelijke zoekstrings zijn:&lt;br /&gt;
* op naam, b.v. &#039;fungus&#039; of &#039;schimmel&#039;&lt;br /&gt;
* op LOINC code, b.v. &#039;21003-9&#039;&lt;br /&gt;
* op LOINC System, b.v. &#039;Saliva&#039; of &#039;Speeksel&#039;&lt;br /&gt;
* op LOINC class, b.v. &#039;PANEL.CHEM&#039;&lt;br /&gt;
* alles zoeken: &#039;*&#039; - dit is met name zinvol in combinatie met een status, b.v. alle &#039;draft&#039; concepten zoeken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer er meer dan 100 zoekresultaten zijn, worden alleen de eerste 100 getoond. De gebruiker kan dan kiezen om de zoektermen te verfijnen voor minder resultaten, of alles te tonen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Resultaten worden getoond als de zoekstring voorkomt in een van de volgende LOINC velden, of in een gekoppeld materiaal of methode:&lt;br /&gt;
* longName&lt;br /&gt;
* shortName&lt;br /&gt;
* component&lt;br /&gt;
* timing&lt;br /&gt;
* scale&lt;br /&gt;
* property&lt;br /&gt;
* system&lt;br /&gt;
* method&lt;br /&gt;
* material&lt;br /&gt;
* class&lt;br /&gt;
Ingelogde gebruikers kunnen verder selecteren op status met de vinkjes voor status naast het zoekveld. Standaard wordt alleen gezocht in de Labcocdeset. Ook kan gezocht worden op concepten in LOINC door het aanvinken van &#039;zoeken LOINC&#039;. In dat geval worden alle concepten uit LOINC getoond. Wanneer het concept alleen in LOINC bestaat, maar niet in de Labcodeset wordt een open bol (status &#039;potential&#039;) getoond. Wanneer het concept ook in de Labcodeset bestaat, wordt de status uit de Labcodeset getoond.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bewerken door beheerders===&lt;br /&gt;
Een gebruiker die lid is van groep &#039;lab&#039; (dit wordt gedefinieerd in de database bij het aanmaken van de user) kan concepten toevoegen. Dit gebeurt door te zoeken in LOINC, en een concept met status &#039;potential&#039; op &#039;draft&#039; te zetten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Concepten in de Labcodeset kunnen van status gewijzigd worden. Als een concept op &#039;draft&#039; gewijzigd wordt naar &#039;rejected&#039;, wordt het verwijderd uit de Labcodeset.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een concept kan alleen &#039;active&#039; gemaakt worden door een andere user dan degene die het &#039;draft&#039; dan wel &#039;update&#039; heeft gemaakt. Dit is het vier-ogen-principe: concepten in de Labcodeset moeten door twee personen zijn bekeken.&lt;br /&gt;
==Onderhoud==&lt;br /&gt;
===Nieuwe LOINC release===&lt;br /&gt;
Wanneer er een nieuwe release van LOINC geïnstalleerd is, moeten de concepten in de Labcodeset bijgewerkt worden.&lt;br /&gt;
Dat gebeurt door een eXist gebruiker met &#039;dba&#039; rechten, door het draaien van de XQuery (in helpers) &#039;update-from-loinc.xquery&#039;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze zal:&lt;br /&gt;
* LOINC concepten vervangen door de nieuwere LOINC concepten&lt;br /&gt;
* Controleren of de longName in LOINC afwijkt van die in de LCS&lt;br /&gt;
* Controleren of status LOINC &amp;lt;&amp;gt; ACTIVE is voor concepten die wel active zijn in LCS&lt;br /&gt;
* Foutmelding toevoegen voor beide bovenstaande issues.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LET OP!&lt;br /&gt;
Na draaien: controleren en verwijderen van old-data als alles goed gegaan is.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Landingspagina_Labcodeset&amp;diff=13788</id>
		<title>Landingspagina Labcodeset</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Landingspagina_Labcodeset&amp;diff=13788"/>
		<updated>2018-02-09T09:45:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: typo&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== Handleiding Nederlandse Labcodeset ==&lt;br /&gt;
===Labcodeset definities en regels===&lt;br /&gt;
De Nederlandse Labcodeset bevat LOINC concepten die in Nederland gebruikt worden bij berichten tussen laboratoria onderling. Informatie over de samenstelling van de Nederlandse set en de afspraken rondom coderingen (codeerconventies) van microbiologische testen zijn [[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/Labcodes_microbiologie|hier]]] te vinden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Nederlandse Labcode bevat:&lt;br /&gt;
* Het betreffende LOINC concept (Engelse variant).&lt;br /&gt;
* De vertaling naar Nederlands uit LOINC, mits daar aanwezig.&lt;br /&gt;
* Een Nederlandse Long Common Name, als deze bestaat in LOINC of is toegevoegd in de applicatie.&lt;br /&gt;
* Een koppeling aan een of meer materialen uit Snomed-CT.&lt;br /&gt;
* Eventueel een koppeling aan een of meer methoden.&lt;br /&gt;
* Eventueel een koppeling aan een uitkomst.&lt;br /&gt;
* Eventueel een commentaar met nadere toelichting.&lt;br /&gt;
====Materiaal====&lt;br /&gt;
Een Labcode met status &#039;active&#039; en een LOINC concept met System=&#039;XXX&#039; MOET een gekoppeld materiaal hebben.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het toevoegen van een concept uit LOINC, wordt het LOINC System vertaald naar een Snomed CT materiaal met een vertaaltabel, wat automatisch toegevvoegd wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In beginsel wordt er één materiaal gekoppeld, behoudens gevallen als &#039;Urine + Ser/Plas&#039;. Nader bepaald wordt hoe hier precies mee wordt omgegaan.&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Methodes dienen geselecteerd te worden uit de SNOMED-tak 272394005 | Technique (qualifier value)|. Als daar methodes ontbreken kunnen die worden aangevraagd in het BITS-project &#039;SNOMED CT - beheer&#039;.&lt;br /&gt;
Het zal enige tijd vergen om alle methodes die nu in de methode-tabel staan, te koppelen. Voorlopig dwingen we het bestaan van een koppeling daarom niet af; maar als er een koppeling is, dan moet die een afstammeling zijn van 272394005 | Technique (qualifier value)|.&lt;br /&gt;
====Uitkomst====&lt;br /&gt;
Uitkomsten zijn:&lt;br /&gt;
* Eenheid: Alléén kwantitatieve bepalingen hebben een UCUM-eenheid; maar niet alle kwantitatieve bepalingen hebben een eenheid (bv. pH-waarde is een uitzondering). De tabel die nu in Labcodeset zit is volledig; UCUM-eenheid wordt gekozen uit die tabel.  &lt;br /&gt;
* Ordinaal: er is al een aantal ordinale lijsten gedefinieerd.&lt;br /&gt;
* Nominaal: Er is één nominale lijst: die van micro-organismen. We gebruiken altijd de volledige lijst, niet een subset. Ook als LOINC een specifiek organisme noemt; want het kan best dat je bij het uitvoeren van die test toch een ander organisme ontdekt en dat wil je dan wel kunnen rapporteren. &lt;br /&gt;
* Met andere mogelijkheden in LOINC zoals Narrative en Document wordt niets speciaals gedaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Status van Labcode concepten===&lt;br /&gt;
Labcode concepten ondergaan de volgende status-cyclus. &#039;Potential&#039; is een status voor LOINC concepten die nog niet in de Labcodeset zitten, en dus potentieel lid gemaakt kunnen worden.&lt;br /&gt;
[[Bestand:Lab-state-diagram.png|none|960px|Statusovergangen|links]]&lt;br /&gt;
Daarnaast hebben alle concepten een LOINC status. Voor Labcodes die &#039;active&#039; zijn, MOET de LOINC status ook &#039;ACTIVE&#039; zijn.&lt;br /&gt;
===Controles===&lt;br /&gt;
Bij het &#039;active&#039; maken van een concept worden de volgende controles uitgevoerd.&lt;br /&gt;
* Is de status overgang toegestaan?&lt;br /&gt;
* Heeft de ingelogde gebruiker een andere dan de laatste bewerker (4-ogen principe)?&lt;br /&gt;
* Is de status in LOINC &#039;ACTIVE&#039;?&lt;br /&gt;
* Is er een Nederlandse longName?&lt;br /&gt;
* Als het een panel is, kan het panel gevonden worden?&lt;br /&gt;
* Zo ja, zijn alle leden van het panel zelf lid van de Labcodeset?&lt;br /&gt;
Is het antwoord op een van deze vragen nee, dan is active maken niet toegestaan. Dat wordt zichtbaar gemaakt met een &#039;error&#039; vlag (uitroepteken op rood bordje). De error zelf is leesbaar onder Details. De controles worden ook uitgevoerd bij andere statuswijzigingen of het aanpassen van de Nederlandse longName. Als er geen fouten zijn, verdwijnt de error vlag weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== LOINC Panels ===&lt;br /&gt;
LOINC Panels zijn sets van gerelateerde LOINC testen, die samen aangevraagd of uitgevoerd kunnen worden. Een voorbeeld is:&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! LOINC code !! Component !! Panel / lid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 43135-3 || 17-Ketosteroiden &amp;amp; 17-Ketogen steroiden panel|| Panel&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27866-3 || 17-Ketogen steroiden|| Lid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 21038-5 || 17-Ketosteroiden || Lid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 13362-9 || Verzamelduur|| Lid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3167-4 || Monstervolume|| Lid&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
De LOINC code 43135-3 is een Panel, die samengesteld is uit 4 testen.&lt;br /&gt;
==== Panel weergave ====&lt;br /&gt;
De Labcodeset kan geopend worden in normale weergave of Panel weergave. Bij normale weergave worden zoekresultaten getoond met het kopje &#039;Resultaten&#039;, in Panel weergave met de kop &#039;Panel&#039;. In Panel weergave wordt een panel getoond, met alle onderdelen van dat Panel. Het Panel staat bovenaan, de Panel members zijn ingesprongen. De volgorde volgt de &#039;Sequence&#039; zoals gedefinieerd in LOINC.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In normale weergave kan de status van een Panel niet gewijzigd worden. In plaats daarvan is de &#039;Volledige naam&#039; een link naar een pagina in Panel weergave. Panel weergave kan ook geopend worden met een link van de vorm:&lt;br /&gt;
    {hostname}/art-decor/labconcepts?search=43135-3&amp;amp;panel=true&lt;br /&gt;
[[Bestand:Lab-panel-mode.PNG||Panel weergave]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Panel weergave kan de status van een Panel wel gewijzigd worden. Als een Panel wordt toegevoegd (status &#039;potential&#039; -&amp;gt; &#039;draft&#039;) worden alle elementen eronder ook op &#039;draft&#039; gezet als ze nog geen onderdeel van de Labcodeset zijn. Zijn ze dat wel, dan behouden ze de bestaande status. Een Panel kan pas &#039;active&#039; gemaakt worden als alle elementen eronder ook &#039;active&#039; zijn. In Panel weergave wordt altijd ook gezocht in LOINC, omdat ook elementen die bij het Panel horen, maar (nog) geen onderdeel zijn van de Labcodeset getoond moeten worden. Daarom staan de status filters ook uit. In Panel weergave worden dus alle concepten getoond.&lt;br /&gt;
== Handleiding Applicatie ==&lt;br /&gt;
In de Nederlandse Labcodeset applicatie kan gezocht worden op concepten in de Labcodeset. Er zijn twee soorten gebruikers:&lt;br /&gt;
* guest, deze zijn niet ingelogd en kunnen alleen concepten met status &#039;active&#039; zien&lt;br /&gt;
* beheerders, gebruikers die ingelogd zijn en lid van group &#039;lab&#039;, deze kunnen alle concepten zien en wijzigen.&lt;br /&gt;
===Zoeken===&lt;br /&gt;
Zoeken op concepten gebeurt door het invoeren van een zoekstring en op Enter te drukken of op &#039;Zoeken&#039; te klikken. Mogelijke zoekstrings zijn:&lt;br /&gt;
* op naam, b.v. &#039;fungus&#039; of &#039;schimmel&#039;&lt;br /&gt;
* op LOINC code, b.v. &#039;21003-9&#039;&lt;br /&gt;
* op LOINC System, b.v. &#039;Saliva&#039; of &#039;Speeksel&#039;&lt;br /&gt;
* op LOINC class, b.v. &#039;PANEL.CHEM&#039;&lt;br /&gt;
* alles zoeken: &#039;*&#039; - dit is met name zinvol in combinatie met een status, b.v. alle &#039;draft&#039; concepten zoeken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer er meer dan 100 zoekresultaten zijn, worden alleen de eerste 100 getoond. De gebruiker kan dan kiezen om de zoektermen te verfijnen voor minder resultaten, of alles te tonen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Resultaten worden getoond als de zoekstring voorkomt in een van de volgende LOINC velden, of in een gekoppeld materiaal of methode:&lt;br /&gt;
* longName&lt;br /&gt;
* shortName&lt;br /&gt;
* component&lt;br /&gt;
* timing&lt;br /&gt;
* scale&lt;br /&gt;
* property&lt;br /&gt;
* system&lt;br /&gt;
* method&lt;br /&gt;
* material&lt;br /&gt;
* class&lt;br /&gt;
Ingelogde gebruikers kunnen verder selecteren op status met de vinkjes voor status naast het zoekveld. Standaard wordt alleen gezocht in de Labcocdeset. Ook kan gezocht worden op concepten in LOINC door het aanvinken van &#039;zoeken LOINC&#039;. In dat geval worden alle concepten uit LOINC getoond. Wanneer het concept alleen in LOINC bestaat, maar niet in de Labcodeset wordt een open bol (status &#039;potential&#039;) getoond. Wanneer het concept ook in de Labcodeset bestaat, wordt de status uit de Labcodeset getoond.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bewerken door beheerders===&lt;br /&gt;
Een gebruiker die lid is van groep &#039;lab&#039; (dit wordt gedefinieerd in de database bij het aanmaken van de user) kan concepten toevoegen. Dit gebeurt door te zoeken in LOINC, en een concept met status &#039;potential&#039; op &#039;draft&#039; te zetten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Concepten in de Labcodeset kunnen van status gewijzigd worden. Als een concept op &#039;draft&#039; gewijzigd wordt naar &#039;rejected&#039;, wordt het verwijderd uit de Labcodeset.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een concept kan alleen &#039;active&#039; gemaakt worden door een andere user dan degene die het &#039;draft&#039; dan wel &#039;update&#039; heeft gemaakt. Dit is het vier-ogen-principe: concepten in de Labcodeset moeten door twee personen zijn bekeken.&lt;br /&gt;
==Onderhoud==&lt;br /&gt;
===Nieuwe LOINC release===&lt;br /&gt;
Wanneer er een nieuwe release van LOINC geïnstalleerd is, moeten de concepten in de Labcodeset bijgewerkt worden.&lt;br /&gt;
Dat gebeurt door een eXist gebruiker met &#039;dba&#039; rechten, door het draaien van de XQuery (in helpers) &#039;update-from-loinc.xquery&#039;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze zal:&lt;br /&gt;
* LOINC concepten vervangen door de nieuwere LOINC concepten&lt;br /&gt;
* Controleren of de longName in LOINC afwijkt van die in de LCS&lt;br /&gt;
* Controleren of status LOINC &amp;lt;&amp;gt; ACTIVE is voor concepten die wel active zijn in LCS&lt;br /&gt;
* Foutmelding toevoegen voor beide bovenstaande issues.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LET OP!&lt;br /&gt;
Na draaien: controleren en verwijderen van old-data als alles goed gegaan is.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Landingspagina_Labcodeset&amp;diff=13787</id>
		<title>Landingspagina Labcodeset</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Landingspagina_Labcodeset&amp;diff=13787"/>
		<updated>2018-02-09T09:44:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: verwijzing naar codeerconventies van de labcodeset toegevoegd&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== Handleiding Nederlandse Labcodeset ==&lt;br /&gt;
===Labcodeset definities en regels===&lt;br /&gt;
De Nederlandse Labcodeset bevat LOINC concepten die in Nederland gebruikt worden bij berichten tussen laboratoria onderling. Informatie over de samenstelling van de Nederlandse set en de afspraken rondom coderingen (codeerconventies) van microbiologische testen zijn [hier,https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/Labcodes_microbiologie] te vinden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De Nederlandse Labcode bevat:&lt;br /&gt;
* Het betreffende LOINC concept (Engelse variant).&lt;br /&gt;
* De vertaling naar Nederlands uit LOINC, mits daar aanwezig.&lt;br /&gt;
* Een Nederlandse Long Common Name, als deze bestaat in LOINC of is toegevoegd in de applicatie.&lt;br /&gt;
* Een koppeling aan een of meer materialen uit Snomed-CT.&lt;br /&gt;
* Eventueel een koppeling aan een of meer methoden.&lt;br /&gt;
* Eventueel een koppeling aan een uitkomst.&lt;br /&gt;
* Eventueel een commentaar met nadere toelichting.&lt;br /&gt;
====Materiaal====&lt;br /&gt;
Een Labcode met status &#039;active&#039; en een LOINC concept met System=&#039;XXX&#039; MOET een gekoppeld materiaal hebben.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het toevoegen van een concept uit LOINC, wordt het LOINC System vertaald naar een Snomed CT materiaal met een vertaaltabel, wat automatisch toegevvoegd wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In beginsel wordt er één materiaal gekoppeld, behoudens gevallen als &#039;Urine + Ser/Plas&#039;. Nader bepaald wordt hoe hier precies mee wordt omgegaan.&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Methodes dienen geselecteerd te worden uit de SNOMED-tak 272394005 | Technique (qualifier value)|. Als daar methodes ontbreken kunnen die worden aangevraagd in het BITS-project &#039;SNOMED CT - beheer&#039;.&lt;br /&gt;
Het zal enige tijd vergen om alle methodes die nu in de methode-tabel staan, te koppelen. Voorlopig dwingen we het bestaan van een koppeling daarom niet af; maar als er een koppeling is, dan moet die een afstammeling zijn van 272394005 | Technique (qualifier value)|.&lt;br /&gt;
====Uitkomst====&lt;br /&gt;
Uitkomsten zijn:&lt;br /&gt;
* Eenheid: Alléén kwantitatieve bepalingen hebben een UCUM-eenheid; maar niet alle kwantitatieve bepalingen hebben een eenheid (bv. pH-waarde is een uitzondering). De tabel die nu in Labcodeset zit is volledig; UCUM-eenheid wordt gekozen uit die tabel.  &lt;br /&gt;
* Ordinaal: er is al een aantal ordinale lijsten gedefinieerd.&lt;br /&gt;
* Nominaal: Er is één nominale lijst: die van micro-organismen. We gebruiken altijd de volledige lijst, niet een subset. Ook als LOINC een specifiek organisme noemt; want het kan best dat je bij het uitvoeren van die test toch een ander organisme ontdekt en dat wil je dan wel kunnen rapporteren. &lt;br /&gt;
* Met andere mogelijkheden in LOINC zoals Narrative en Document wordt niets speciaals gedaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Status van Labcode concepten===&lt;br /&gt;
Labcode concepten ondergaan de volgende status-cyclus. &#039;Potential&#039; is een status voor LOINC concepten die nog niet in de Labcodeset zitten, en dus potentieel lid gemaakt kunnen worden.&lt;br /&gt;
[[Bestand:Lab-state-diagram.png|none|960px|Statusovergangen|links]]&lt;br /&gt;
Daarnaast hebben alle concepten een LOINC status. Voor Labcodes die &#039;active&#039; zijn, MOET de LOINC status ook &#039;ACTIVE&#039; zijn.&lt;br /&gt;
===Controles===&lt;br /&gt;
Bij het &#039;active&#039; maken van een concept worden de volgende controles uitgevoerd.&lt;br /&gt;
* Is de status overgang toegestaan?&lt;br /&gt;
* Heeft de ingelogde gebruiker een andere dan de laatste bewerker (4-ogen principe)?&lt;br /&gt;
* Is de status in LOINC &#039;ACTIVE&#039;?&lt;br /&gt;
* Is er een Nederlandse longName?&lt;br /&gt;
* Als het een panel is, kan het panel gevonden worden?&lt;br /&gt;
* Zo ja, zijn alle leden van het panel zelf lid van de Labcodeset?&lt;br /&gt;
Is het antwoord op een van deze vragen nee, dan is active maken niet toegestaan. Dat wordt zichtbaar gemaakt met een &#039;error&#039; vlag (uitroepteken op rood bordje). De error zelf is leesbaar onder Details. De controles worden ook uitgevoerd bij andere statuswijzigingen of het aanpassen van de Nederlandse longName. Als er geen fouten zijn, verdwijnt de error vlag weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== LOINC Panels ===&lt;br /&gt;
LOINC Panels zijn sets van gerelateerde LOINC testen, die samen aangevraagd of uitgevoerd kunnen worden. Een voorbeeld is:&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! LOINC code !! Component !! Panel / lid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 43135-3 || 17-Ketosteroiden &amp;amp; 17-Ketogen steroiden panel|| Panel&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27866-3 || 17-Ketogen steroiden|| Lid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 21038-5 || 17-Ketosteroiden || Lid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 13362-9 || Verzamelduur|| Lid&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3167-4 || Monstervolume|| Lid&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
De LOINC code 43135-3 is een Panel, die samengesteld is uit 4 testen.&lt;br /&gt;
==== Panel weergave ====&lt;br /&gt;
De Labcodeset kan geopend worden in normale weergave of Panel weergave. Bij normale weergave worden zoekresultaten getoond met het kopje &#039;Resultaten&#039;, in Panel weergave met de kop &#039;Panel&#039;. In Panel weergave wordt een panel getoond, met alle onderdelen van dat Panel. Het Panel staat bovenaan, de Panel members zijn ingesprongen. De volgorde volgt de &#039;Sequence&#039; zoals gedefinieerd in LOINC.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In normale weergave kan de status van een Panel niet gewijzigd worden. In plaats daarvan is de &#039;Volledige naam&#039; een link naar een pagina in Panel weergave. Panel weergave kan ook geopend worden met een link van de vorm:&lt;br /&gt;
    {hostname}/art-decor/labconcepts?search=43135-3&amp;amp;panel=true&lt;br /&gt;
[[Bestand:Lab-panel-mode.PNG||Panel weergave]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Panel weergave kan de status van een Panel wel gewijzigd worden. Als een Panel wordt toegevoegd (status &#039;potential&#039; -&amp;gt; &#039;draft&#039;) worden alle elementen eronder ook op &#039;draft&#039; gezet als ze nog geen onderdeel van de Labcodeset zijn. Zijn ze dat wel, dan behouden ze de bestaande status. Een Panel kan pas &#039;active&#039; gemaakt worden als alle elementen eronder ook &#039;active&#039; zijn. In Panel weergave wordt altijd ook gezocht in LOINC, omdat ook elementen die bij het Panel horen, maar (nog) geen onderdeel zijn van de Labcodeset getoond moeten worden. Daarom staan de status filters ook uit. In Panel weergave worden dus alle concepten getoond.&lt;br /&gt;
== Handleiding Applicatie ==&lt;br /&gt;
In de Nederlandse Labcodeset applicatie kan gezocht worden op concepten in de Labcodeset. Er zijn twee soorten gebruikers:&lt;br /&gt;
* guest, deze zijn niet ingelogd en kunnen alleen concepten met status &#039;active&#039; zien&lt;br /&gt;
* beheerders, gebruikers die ingelogd zijn en lid van group &#039;lab&#039;, deze kunnen alle concepten zien en wijzigen.&lt;br /&gt;
===Zoeken===&lt;br /&gt;
Zoeken op concepten gebeurt door het invoeren van een zoekstring en op Enter te drukken of op &#039;Zoeken&#039; te klikken. Mogelijke zoekstrings zijn:&lt;br /&gt;
* op naam, b.v. &#039;fungus&#039; of &#039;schimmel&#039;&lt;br /&gt;
* op LOINC code, b.v. &#039;21003-9&#039;&lt;br /&gt;
* op LOINC System, b.v. &#039;Saliva&#039; of &#039;Speeksel&#039;&lt;br /&gt;
* op LOINC class, b.v. &#039;PANEL.CHEM&#039;&lt;br /&gt;
* alles zoeken: &#039;*&#039; - dit is met name zinvol in combinatie met een status, b.v. alle &#039;draft&#039; concepten zoeken&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer er meer dan 100 zoekresultaten zijn, worden alleen de eerste 100 getoond. De gebruiker kan dan kiezen om de zoektermen te verfijnen voor minder resultaten, of alles te tonen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Resultaten worden getoond als de zoekstring voorkomt in een van de volgende LOINC velden, of in een gekoppeld materiaal of methode:&lt;br /&gt;
* longName&lt;br /&gt;
* shortName&lt;br /&gt;
* component&lt;br /&gt;
* timing&lt;br /&gt;
* scale&lt;br /&gt;
* property&lt;br /&gt;
* system&lt;br /&gt;
* method&lt;br /&gt;
* material&lt;br /&gt;
* class&lt;br /&gt;
Ingelogde gebruikers kunnen verder selecteren op status met de vinkjes voor status naast het zoekveld. Standaard wordt alleen gezocht in de Labcocdeset. Ook kan gezocht worden op concepten in LOINC door het aanvinken van &#039;zoeken LOINC&#039;. In dat geval worden alle concepten uit LOINC getoond. Wanneer het concept alleen in LOINC bestaat, maar niet in de Labcodeset wordt een open bol (status &#039;potential&#039;) getoond. Wanneer het concept ook in de Labcodeset bestaat, wordt de status uit de Labcodeset getoond.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bewerken door beheerders===&lt;br /&gt;
Een gebruiker die lid is van groep &#039;lab&#039; (dit wordt gedefinieerd in de database bij het aanmaken van de user) kan concepten toevoegen. Dit gebeurt door te zoeken in LOINC, en een concept met status &#039;potential&#039; op &#039;draft&#039; te zetten. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Concepten in de Labcodeset kunnen van status gewijzigd worden. Als een concept op &#039;draft&#039; gewijzigd wordt naar &#039;rejected&#039;, wordt het verwijderd uit de Labcodeset.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een concept kan alleen &#039;active&#039; gemaakt worden door een andere user dan degene die het &#039;draft&#039; dan wel &#039;update&#039; heeft gemaakt. Dit is het vier-ogen-principe: concepten in de Labcodeset moeten door twee personen zijn bekeken.&lt;br /&gt;
==Onderhoud==&lt;br /&gt;
===Nieuwe LOINC release===&lt;br /&gt;
Wanneer er een nieuwe release van LOINC geïnstalleerd is, moeten de concepten in de Labcodeset bijgewerkt worden.&lt;br /&gt;
Dat gebeurt door een eXist gebruiker met &#039;dba&#039; rechten, door het draaien van de XQuery (in helpers) &#039;update-from-loinc.xquery&#039;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze zal:&lt;br /&gt;
* LOINC concepten vervangen door de nieuwere LOINC concepten&lt;br /&gt;
* Controleren of de longName in LOINC afwijkt van die in de LCS&lt;br /&gt;
* Controleren of status LOINC &amp;lt;&amp;gt; ACTIVE is voor concepten die wel active zijn in LCS&lt;br /&gt;
* Foutmelding toevoegen voor beide bovenstaande issues.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
LET OP!&lt;br /&gt;
Na draaien: controleren en verwijderen van old-data als alles goed gegaan is.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13175</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13175"/>
		<updated>2018-01-08T11:53:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: https://terminologie.nictiz.nl/art-decor/snomed-ct. &lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;br /&gt;
*De oude naam wordt aangepast in de nieuwe naam.&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft gehanteerd maar er wordt wel de juiste SNOMED-CT code aan gekoppeld, zodat naar ISIS-AR de nieuwe naam wordt gecommuniceerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Als het micro-organisme niet terug te vinden is als onderdeel van de Dutch microorganism simple reference set, controleer dan het bestaan van dit micro-organisme op https://dsmz.de en/of de https://bacterio.net. Voor een gist/schimmel kan de website https://mycobank.org geraadpleegd worden.&lt;br /&gt;
Is het micro-organisme hier terug te vinden, dan kan deze worden toegevoegd aan de LIMS database. Controleer of het organisme onder een synoniem wel bekend is in SNOMED-CT. &lt;br /&gt;
Stel de beheerders van Nictiz op de hoogte van het ontbreken van het m.o. in de Dutch microorganism simple reference set of van de voorkeursnaam als deze wel als synoniem aanwezig is. Zij zullen dan zorgen dat het m.o. wordt toegevoegd en een SNOMED-CT code krijgt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Is het m.o. niet terug te vinden op genoemde websites, leg het m.o. dan aan de verantwoordelijke microbioloog voor, zodat deze kan beslissen wat er mee gedaan moet worden. Indien deze wil dat dit MO wordt opgenomen, dan wordt deze wens voorgelegd aan de beheerorganisatie. Indien akkoord, dan kan de Snomed-CT code door de beheerder worden aangevraagd en wordt het MO toegevoegd aan de Dutch microorganism simple reference set.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het beheren/real-time up-to-date houden van de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
*Ieder half jaar wordt er een nieuwe SNOMED-CT release uitgebracht met de bijbehorende Nederlandse subset. Bij deze release zit ook informatie over de wijzigingen die hebben plaatsgevonden t.o.v. de vorige release. Controleer deze informatie op wijzigingen in naamgeving van m.o.’s en voer deze door in de LIMS database.&lt;br /&gt;
*Bij iedere update van de maldi-tof database wordt er aangegeven wat er veranderd is en of er nieuwe organismen zijn toegevoegd of gewijzigd. Deze informatie moet worden verstrekt aan de beheersorganisatie, zodat deze eventuele benodigde aanpassingen van de Dutch microorganism simple reference set kan doorvoeren.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13174</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13174"/>
		<updated>2018-01-08T11:53:00Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: https://terminologie.nictiz.nl/art-decor/snomed-ct. &lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;br /&gt;
*De oude naam wordt aangepast in de nieuwe naam.&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft gehanteerd maar er wordt wel de juiste SNOMED-CT code aan gekoppeld, zodat naar ISIS-AR de nieuwe naam wordt gecommuniceerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Als het micro-organisme niet terug te vinden is als onderdeel van de Dutch microorganism simple reference set, controleer dan het bestaan van dit micro-organisme op https://dsmz.de en/of de https://bacterio.net. Voor een gist/schimmel kan de website https://mycobank.org geraadpleegd worden.&lt;br /&gt;
Is het micro-organisme hier terug te vinden, dan kan deze worden toegevoegd aan de LIMS database. Controleer of het organisme onder een synoniem wel bekend is in SNOMED-CT. &lt;br /&gt;
Stel de beheerders van Nictiz op de hoogte van het ontbreken van het m.o. in de Dutch microorganism simple reference set of van de voorkeursnaam als deze wel als synoniem aanwezig is. Zij zullen dan zorgen dat het m.o. wordt toegevoegd en een SNOMED-CT code krijgt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Is het m.o. niet terug te vinden op genoemde websites, leg het m.o. dan aan de verantwoordelijke microbioloog voor, zodat deze kan beslissen wat er mee gedaan moet worden. Indien deze wil dat dit MO wordt opgenomen, dan wordt deze wens voorgelegd aan de beheerorganisatie. Indien akkoord, dan kan de Snomed-CT code door de beheerder worden aangevraagd en wordt het MO toegevoegd aan de Dutch microorganism simple reference set.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het beheren/real-time up-to-date houden van de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
*Ieder half jaar wordt er een nieuwe SNOMED-CT release uitgebracht met de bijbehorende Nederalandse subset. Bij deze release zit ook informatie over de wijzigingen die hebben plaatsgevonden t.o.v. de vorige release. Controleer deze informatie op wijzigingen in naamgeving van m.o.’s en voer deze door in de LIMS database.&lt;br /&gt;
*Bij iedere update van de maldi-tof database wordt er aangegeven wat er veranderd is en of er nieuwe organismen zijn toegevoegd of gewijzigd. Deze informatie moet worden verstrekt aan de beheersorganisatie, zodat deze eventuele benodigde aanpassingen van de Dutch microorganism simple reference set kan doorvoeren.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13172</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13172"/>
		<updated>2018-01-08T11:49:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: https://terminologie.nictiz.nl/art-decor/snomed-ct. &lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;br /&gt;
*De oude naam wordt aangepast in de nieuwe naam.&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft gehanteerd maar er wordt wel de juiste SNOMED-CT code aan gekoppeld, zodat naar ISIS-AR de nieuwe naam wordt gecommuniceerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Als het micro-organisme niet terug te vinden is, controleer dan het bestaan van dit micro-organisme op https://dsmz.de en/of de https://bacterio.net. Voor een gist/schimmel kan de website https://mycobank.org geraadpleegd worden.&lt;br /&gt;
Is het micro-organisme hier terug te vinden, dan kan deze worden toegevoegd aan de LIMS database. Controleer of het organisme onder een synoniem wel bekend is in SNOMED-CT. &lt;br /&gt;
Stel de beheerders van Nictiz op de hoogte van het ontbreken van het m.o. in de Dutch microorganism simple reference set of van de voorkeursnaam als deze wel als synoniem aanwezig is. Zij zullen dan zorgen dat het m.o. wordt toegevoegd en een SNOMED-CT code krijgt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Is het m.o. niet terug te vinden op genoemde websites, leg het m.o. dan aan de verantwoordelijke microbioloog voor, zodat deze kan beslissen wat er mee gedaan moet worden. Indien deze wil dat dit MO wordt opgenomen, dan wordt deze wens voorgelegd aan de beheerorganisatie. Indien akkoord, dan kan de Snomed-CT code door de beheerder worden aangevraagd en wordt het MO toegevoegd aan de Dutch microorganism simple reference set.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het beheren/real-time up-to-date houden van de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
*Ieder half jaar wordt er een nieuwe SNOMED-CT release uitgebracht met de bijbehorende Nederalandse subset. Bij deze release zit ook informatie over de wijzigingen die hebben plaatsgevonden t.o.v. de vorige release. Controleer deze informatie op wijzigingen in naamgeving van m.o.’s en voer deze door in de LIMS database.&lt;br /&gt;
*Bij iedere update van de maldi-tof database wordt er aangegeven wat er veranderd is en of er nieuwe organismen zijn toegevoegd of gewijzigd. Deze informatie moet worden verstrekt aan de beheersorganisatie, zodat deze eventuele benodigde aanpassingen van de Dutch microorganism simple reference set kan doorvoeren.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13171</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13171"/>
		<updated>2018-01-08T11:48:47Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: https://terminologie.nictiz.nl/art-decor/snomed-ct. &lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;br /&gt;
*De oude naam wordt aangepast in de nieuwe naam.&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft gehanteerd maar er wordt wel de juiste SNOMED-CT code aan gekoppeld, zodat naar ISIS-AR de nieuwe naam wordt gecommuniceerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Als het micro-organisme niet terug te vinden is, controleer dan het bestaan van dit micro-organisme op dsmz.de en/of de bacterio.net. Voor een gist/schimmel kan de website mycobank.org geraadpleegd worden.&lt;br /&gt;
Is het micro-organisme hier terug te vinden, dan kan deze worden toegevoegd aan de LIMS database. Controleer of het organisme onder een synoniem wel bekend is in SNOMED-CT. &lt;br /&gt;
Stel de beheerders van Nictiz op de hoogte van het ontbreken van het m.o. in de Dutch microorganism simple reference set of van de voorkeursnaam als deze wel als synoniem aanwezig is. Zij zullen dan zorgen dat het m.o. wordt toegevoegd en een SNOMED-CT code krijgt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Is het m.o. niet terug te vinden op genoemde websites, leg het m.o. dan aan de verantwoordelijke microbioloog voor, zodat deze kan beslissen wat er mee gedaan moet worden. Indien deze wil dat dit MO wordt opgenomen, dan wordt deze wens voorgelegd aan de beheerorganisatie. Indien akkoord, dan kan de Snomed-CT code door de beheerder worden aangevraagd en wordt het MO toegevoegd aan de Dutch microorganism simple reference set.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het beheren/real-time up-to-date houden van de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
*Ieder half jaar wordt er een nieuwe SNOMED-CT release uitgebracht met de bijbehorende Nederalandse subset. Bij deze release zit ook informatie over de wijzigingen die hebben plaatsgevonden t.o.v. de vorige release. Controleer deze informatie op wijzigingen in naamgeving van m.o.’s en voer deze door in de LIMS database.&lt;br /&gt;
*Bij iedere update van de maldi-tof database wordt er aangegeven wat er veranderd is en of er nieuwe organismen zijn toegevoegd of gewijzigd. Deze informatie moet worden verstrekt aan de beheersorganisatie, zodat deze eventuele benodigde aanpassingen van de Dutch microorganism simple reference set kan doorvoeren.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13170</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13170"/>
		<updated>2018-01-08T11:48:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: https://terminologie.nictiz.nl/art-decor/snomed-ct. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;br /&gt;
*De oude naam wordt aangepast in de nieuwe naam.&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft gehanteerd maar er wordt wel de juiste SNOMED-CT code aan gekoppeld, zodat naar ISIS-AR de nieuwe naam wordt gecommuniceerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Als het micro-organisme niet terug te vinden is, controleer dan het bestaan van dit micro-organisme op dsmz.de en/of de bacterio.net. Voor een gist/schimmel kan de website mycobank.org geraadpleegd worden.&lt;br /&gt;
Is het micro-organisme hier terug te vinden, dan kan deze worden toegevoegd aan de LIMS database. Controleer of het organisme onder een synoniem wel bekend is in SNOMED-CT. &lt;br /&gt;
Stel de beheerders van Nictiz op de hoogte van het ontbreken van het m.o. in de Dutch microorganism simple reference set of van de voorkeursnaam als deze wel als synoniem aanwezig is. Zij zullen dan zorgen dat het m.o. wordt toegevoegd en een SNOMED-CT code krijgt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Is het m.o. niet terug te vinden op genoemde websites, leg het m.o. dan aan de verantwoordelijke microbioloog voor, zodat deze kan beslissen wat er mee gedaan moet worden. Indien deze wil dat dit MO wordt opgenomen, dan wordt deze wens voorgelegd aan de beheerorganisatie. Indien akkoord, dan kan de Snomed-CT code door de beheerder worden aangevraagd en wordt het MO toegevoegd aan de Dutch microorganism simple reference set.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het beheren/real-time up-to-date houden van de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
*Ieder half jaar wordt er een nieuwe SNOMED-CT release uitgebracht met de bijbehorende Nederalandse subset. Bij deze release zit ook informatie over de wijzigingen die hebben plaatsgevonden t.o.v. de vorige release. Controleer deze informatie op wijzigingen in naamgeving van m.o.’s en voer deze door in de LIMS database.&lt;br /&gt;
*Bij iedere update van de maldi-tof database wordt er aangegeven wat er veranderd is en of er nieuwe organismen zijn toegevoegd of gewijzigd. Deze informatie moet worden verstrekt aan de beheersorganisatie, zodat deze eventuele benodigde aanpassingen van de Dutch microorganism simple reference set kan doorvoeren.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13169</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13169"/>
		<updated>2018-01-08T11:47:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: [[https://terminologie.nictiz.nl/art-decor/snomed-ct|https://terminologie.nictiz.nl/art-decor/snomed-ct]]. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;br /&gt;
*De oude naam wordt aangepast in de nieuwe naam.&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft gehanteerd maar er wordt wel de juiste SNOMED-CT code aan gekoppeld, zodat naar ISIS-AR de nieuwe naam wordt gecommuniceerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Als het micro-organisme niet terug te vinden is, controleer dan het bestaan van dit micro-organisme op dsmz.de en/of de bacterio.net. Voor een gist/schimmel kan de website mycobank.org geraadpleegd worden.&lt;br /&gt;
Is het micro-organisme hier terug te vinden, dan kan deze worden toegevoegd aan de LIMS database. Controleer of het organisme onder een synoniem wel bekend is in SNOMED-CT. &lt;br /&gt;
Stel de beheerders van Nictiz op de hoogte van het ontbreken van het m.o. in de Dutch microorganism simple reference set of van de voorkeursnaam als deze wel als synoniem aanwezig is. Zij zullen dan zorgen dat het m.o. wordt toegevoegd en een SNOMED-CT code krijgt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Is het m.o. niet terug te vinden op genoemde websites, leg het m.o. dan aan de verantwoordelijke microbioloog voor, zodat deze kan beslissen wat er mee gedaan moet worden. Indien deze wil dat dit MO wordt opgenomen, dan wordt deze wens voorgelegd aan de beheerorganisatie. Indien akkoord, dan kan de Snomed-CT code door de beheerder worden aangevraagd en wordt het MO toegevoegd aan de Dutch microorganism simple reference set.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het beheren/real-time up-to-date houden van de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
*Ieder half jaar wordt er een nieuwe SNOMED-CT release uitgebracht met de bijbehorende Nederalandse subset. Bij deze release zit ook informatie over de wijzigingen die hebben plaatsgevonden t.o.v. de vorige release. Controleer deze informatie op wijzigingen in naamgeving van m.o.’s en voer deze door in de LIMS database.&lt;br /&gt;
*Bij iedere update van de maldi-tof database wordt er aangegeven wat er veranderd is en of er nieuwe organismen zijn toegevoegd of gewijzigd. Deze informatie moet worden verstrekt aan de beheersorganisatie, zodat deze eventuele benodigde aanpassingen van de Dutch microorganism simple reference set kan doorvoeren.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13168</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13168"/>
		<updated>2018-01-08T11:47:38Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: [https://terminologie.nictiz.nl/art-decor/snomed-ct|https://terminologie.nictiz.nl/art-decor/snomed-ct]. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;br /&gt;
*De oude naam wordt aangepast in de nieuwe naam.&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft gehanteerd maar er wordt wel de juiste SNOMED-CT code aan gekoppeld, zodat naar ISIS-AR de nieuwe naam wordt gecommuniceerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Als het micro-organisme niet terug te vinden is, controleer dan het bestaan van dit micro-organisme op dsmz.de en/of de bacterio.net. Voor een gist/schimmel kan de website mycobank.org geraadpleegd worden.&lt;br /&gt;
Is het micro-organisme hier terug te vinden, dan kan deze worden toegevoegd aan de LIMS database. Controleer of het organisme onder een synoniem wel bekend is in SNOMED-CT. &lt;br /&gt;
Stel de beheerders van Nictiz op de hoogte van het ontbreken van het m.o. in de Dutch microorganism simple reference set of van de voorkeursnaam als deze wel als synoniem aanwezig is. Zij zullen dan zorgen dat het m.o. wordt toegevoegd en een SNOMED-CT code krijgt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Is het m.o. niet terug te vinden op genoemde websites, leg het m.o. dan aan de verantwoordelijke microbioloog voor, zodat deze kan beslissen wat er mee gedaan moet worden. Indien deze wil dat dit MO wordt opgenomen, dan wordt deze wens voorgelegd aan de beheerorganisatie. Indien akkoord, dan kan de Snomed-CT code door de beheerder worden aangevraagd en wordt het MO toegevoegd aan de Dutch microorganism simple reference set.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het beheren/real-time up-to-date houden van de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
*Ieder half jaar wordt er een nieuwe SNOMED-CT release uitgebracht met de bijbehorende Nederalandse subset. Bij deze release zit ook informatie over de wijzigingen die hebben plaatsgevonden t.o.v. de vorige release. Controleer deze informatie op wijzigingen in naamgeving van m.o.’s en voer deze door in de LIMS database.&lt;br /&gt;
*Bij iedere update van de maldi-tof database wordt er aangegeven wat er veranderd is en of er nieuwe organismen zijn toegevoegd of gewijzigd. Deze informatie moet worden verstrekt aan de beheersorganisatie, zodat deze eventuele benodigde aanpassingen van de Dutch microorganism simple reference set kan doorvoeren.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13167</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13167"/>
		<updated>2018-01-08T11:47:22Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: [https://terminologie.nictiz.nl/art-decor/snomed-ct]. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;br /&gt;
*De oude naam wordt aangepast in de nieuwe naam.&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft gehanteerd maar er wordt wel de juiste SNOMED-CT code aan gekoppeld, zodat naar ISIS-AR de nieuwe naam wordt gecommuniceerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Als het micro-organisme niet terug te vinden is, controleer dan het bestaan van dit micro-organisme op dsmz.de en/of de bacterio.net. Voor een gist/schimmel kan de website mycobank.org geraadpleegd worden.&lt;br /&gt;
Is het micro-organisme hier terug te vinden, dan kan deze worden toegevoegd aan de LIMS database. Controleer of het organisme onder een synoniem wel bekend is in SNOMED-CT. &lt;br /&gt;
Stel de beheerders van Nictiz op de hoogte van het ontbreken van het m.o. in de Dutch microorganism simple reference set of van de voorkeursnaam als deze wel als synoniem aanwezig is. Zij zullen dan zorgen dat het m.o. wordt toegevoegd en een SNOMED-CT code krijgt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Is het m.o. niet terug te vinden op genoemde websites, leg het m.o. dan aan de verantwoordelijke microbioloog voor, zodat deze kan beslissen wat er mee gedaan moet worden. Indien deze wil dat dit MO wordt opgenomen, dan wordt deze wens voorgelegd aan de beheerorganisatie. Indien akkoord, dan kan de Snomed-CT code door de beheerder worden aangevraagd en wordt het MO toegevoegd aan de Dutch microorganism simple reference set.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het beheren/real-time up-to-date houden van de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
*Ieder half jaar wordt er een nieuwe SNOMED-CT release uitgebracht met de bijbehorende Nederalandse subset. Bij deze release zit ook informatie over de wijzigingen die hebben plaatsgevonden t.o.v. de vorige release. Controleer deze informatie op wijzigingen in naamgeving van m.o.’s en voer deze door in de LIMS database.&lt;br /&gt;
*Bij iedere update van de maldi-tof database wordt er aangegeven wat er veranderd is en of er nieuwe organismen zijn toegevoegd of gewijzigd. Deze informatie moet worden verstrekt aan de beheersorganisatie, zodat deze eventuele benodigde aanpassingen van de Dutch microorganism simple reference set kan doorvoeren.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=13065</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=13065"/>
		<updated>2017-12-29T11:16:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van post coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden====&lt;br /&gt;
Een kwantitatieve test is een test waarbij het resulaat een hoeveelheid is en waarbij de mogelijke waarden van het resultaat een vaste relatie tot elkaar hebben. Dit kan een continue reeka van waarden zijn met een eenheid zijn zoals concentraties in mg/mL of discrete waarden zonder eenheid (titer bepalingen). Het resulataat van een quantitatiev etest is dus een getal met enventueel en eenheid. Voor het coderen van de eenheiden is gakozen voor UCUM &amp;lt;ref&amp;gt;http://unitsofmeasure.org/trac&amp;lt;/ref&amp;gt;. UCUM is een manier om eenheden zoals SI-eenheden, weer te geven zodat die eenduidig door elektronische systemen kunnen worden verwerkt. UCUM definieert zelf dus geen eenheden. Binnen de labcodeset heeft het codeeer team een keuze gemaakt voor de eenheid. Daar waar voor een bepaalde test meerdere eenheden in omloop waren is er toch een keuze gemaakt voor een enkele eenheid. (bv mg/L ipv ug/mL bij antibiotica resistenties). Een consequentie van deze keuze is dat sommige laboratoria in hun systeem over moeten naar nieuwe eenheden. In het voorbeeld hierboven is dat geen grote wijziging maar indien er over gegaan wordt van mmol/L naar mg/L is de impact vele malen groter. Om communicatie tussen zorgverleners mogelijk te maken is het echter essentieel dat hierin en keuze wordt gemaakt. Aan het inhoudelijk beheer van de labcodeset is het de taak om te waken dat de keuze van de eenheden eenduidig is. Dwz dat vergelijkbare testen dezelfde eenheid krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
Sommige observaties of microbiologische testen hebben als resultaat een goed geordend lijst aan mogelijke uitkomsten maar er is geen lineare relatie tussen deze uitkomsten. Voorbeelden zijn bv rapportage van hoeveelheid microorganismen als 1+, 2+, 3+ of aanwezig, afwezig. In de praktijk blijkt dat verschillende laboratoria voor deze uitslag verzameling eigen keuzes hebben gemaakt. Met andere woorden het zijn eigen lijsten en er is geen afstemming tussen de laboratoria over de onderlinge relatie. Dit maakt uitwisselen en eenduidoge interpretatie van gegevens onmogelijk. Immers hoe verhoud een resultaat van een laboratoium dat hoeveelheden rapporteerd als 1+, 2+, 3+ zich tot een lab dat rapporteerd als sporadisch, weinig, veel?&lt;br /&gt;
De eenheid van taal werkgroep zal binnen de labcodeset bij ordinale observatie een voorstel doen voor de te gebruiken uitslag verzameling. De individuele waarden van deze verzamelingen zullen gecodeerd worden mbv SNOMED-CT codes. Deze codes zijn enkel nodig voor communicatie tussen laboratoria en laboratoria zijn vrij om binnen hun eigen systeem eigen vertalingen te hanteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
een voorbeeld van een resultaat verzameling is de ordinale lijst welke gebruikt wordt voor het rapporteren van ordinale moleculaire en serologische bepalingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;color: black; background-color: #CCC0D9;&amp;quot; width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
!SNOMED-CT concept&lt;br /&gt;
!preferred name&lt;br /&gt;
!Nederlandse vertaling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260373001&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260415000&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Not detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Niet aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|419984006&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Inconclusive&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onduidelijk&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|82334004&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Indeterminate&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onbepaald&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onduidelijk wil zeggen dat er wel een resultaat is maar dat er niet bepaald kan worden dat de teste positief danwel negatief (aangetoond danwel niet aangetoon) is. Onbepaald betekend dat het niet mogelijk was om een resultaat te genereren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinaal kwantitatieve observaties====&lt;br /&gt;
Een speciale schaal is de ordinaal kwantitatieve schaal. Deze is gereserveerd voor resistentiebepaling omdat het hier om discrete waarden gaat op een continue schaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Nominale verzamelingen====&lt;br /&gt;
Nominale uitslag verzamlingen zijn waarden die geen onderlinge volgorde hebben. Belangrijkste nominale verzameling binnen de labcodeset is de (micro)organisme tabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=====Organismen=====&lt;br /&gt;
De huidige Nederlandse micro-organisme referentieset met Nederlandse voorkeurstermen is beschikbaar op de NICTIZ website. [https://www.nictiz.nl/Paginas/micro-organismen.aspx|microorganismne] De microorganisme tabel is een dynamische tabel. De taxonomie van microorganismen is constant aan verandering onderhevig doordat organismen gereclassificeerd worden of dat organismen verwijnen of toegevoegd worden aan de tabel. Voor een zinvolle implementatie van de micro-organismen tabel in een Laboratorium informatie systeem is een continue beheer van de tabel in het LIMS onontbeerlijk. Een voorstel voor een beheerprocedure is te vinden op [[Beheer_microorganismen|deze wiki]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=13064</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=13064"/>
		<updated>2017-12-29T11:15:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van post coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden====&lt;br /&gt;
Een kwantitatieve test is een test waarbij het resulaat een hoeveelheid is en waarbij de mogelijke waarden van het resultaat een vaste relatie tot elkaar hebben. Dit kan een continue reeka van waarden zijn met een eenheid zijn zoals concentraties in mg/mL of discrete waarden zonder eenheid (titer bepalingen). Het resulataat van een quantitatiev etest is dus een getal met enventueel en eenheid. Voor het coderen van de eenheiden is gakozen voor UCUM &amp;lt;ref&amp;gt;http://unitsofmeasure.org/trac&amp;lt;/ref&amp;gt;. UCUM is een manier om eenheden zoals SI-eenheden, weer te geven zodat die eenduidig door elektronische systemen kunnen worden verwerkt. UCUM definieert zelf dus geen eenheden. Binnen de labcodeset heeft het codeeer team een keuze gemaakt voor de eenheid. Daar waar voor een bepaalde test meerdere eenheden in omloop waren is er toch een keuze gemaakt voor een enkele eenheid. (bv mg/L ipv ug/mL bij antibiotica resistenties). Een consequentie van deze keuze is dat sommige laboratoria in hun systeem over moeten naar nieuwe eenheden. In het voorbeeld hierboven is dat geen grote wijziging maar indien er over gegaan wordt van mmol/L naar mg/L is de impact vele malen groter. Om communicatie tussen zorgverleners mogelijk te maken is het echter essentieel dat hierin en keuze wordt gemaakt. Aan het inhoudelijk beheer van de labcodeset is het de taak om te waken dat de keuze van de eenheden eenduidig is. Dwz dat vergelijkbare testen dezelfde eenheid krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
Sommige observaties of microbiologische testen hebben als resultaat een goed geordend lijst aan mogelijke uitkomsten maar er is geen lineare relatie tussen deze uitkomsten. Voorbeelden zijn bv rapportage van hoeveelheid microorganismen als 1+, 2+, 3+ of aanwezig, afwezig. In de praktijk blijkt dat verschillende laboratoria voor deze uitslag verzameling eigen keuzes hebben gemaakt. Met andere woorden het zijn eigen lijsten en er is geen afstemming tussen de laboratoria over de onderlinge relatie. Dit maakt uitwisselen en eenduidoge interpretatie van gegevens onmogelijk. Immers hoe verhoud een resultaat van een laboratoium dat hoeveelheden rapporteerd als 1+, 2+, 3+ zich tot een lab dat rapporteerd als sporadisch, weinig, veel?&lt;br /&gt;
De eenheid van taal werkgroep zal binnen de labcodeset bij ordinale observatie een voorstel doen voor de te gebruiken uitslag verzameling. De individuele waarden van deze verzamelingen zullen gecodeerd worden mbv SNOMED-CT codes. Deze codes zijn enkel nodig voor communicatie tussen laboratoria en laboratoria zijn vrij om binnen hun eigen systeem eigen vertalingen te hanteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
een voorbeeld van een resultaat verzameling is de ordinale lijst welke gebruikt wordt voor het rapporteren van ordinale moleculaire en serologische bepalingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;color: black; background-color: #CCC0D9;&amp;quot; width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
!SNOMED-CT concept&lt;br /&gt;
!preferred name&lt;br /&gt;
!Nederlandse vertaling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260373001&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260415000&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Not detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Niet aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|419984006&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Inconclusive&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onduidelijk&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|82334004&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Indeterminate&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onbepaald&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onduidelijk wil zeggen dat er wel een resultaat is maar dat er niet bepaald kan worden dat de teste positief danwel negatief (aangetoond danwel niet aangetoon) is. Onbepaald betekend dat het niet mogelijk was om een resultaat te genereren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinaal kwantitatieve observaties====&lt;br /&gt;
Een speciale schaal is de ordinaal kwantitatieve schaal. Deze is gereserveerd voor resistentiebepaling omdat het hier om discrete waarden gaat op een continue schaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Nominale verzamelingen====&lt;br /&gt;
Nominale uitslag verzamlingen zijn waarden die geen onderlinge volgorde hebben. Belangrijkste nominale verzameling binnen de labcodeset is de (micro)organisme tabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=====Organismen=====&lt;br /&gt;
De huidige Nederlandse micro-organisme referentieset met Nederlandse voorkeurstermen is beschikbaar op de NICTIZ website. [https://www.nictiz.nl/Paginas/micro-organismen.aspx|microorganismne] De microorganisme tabel is een dynamische tabel. De taxonomie van microorganismen is constant aan verandering onderhevig doordat organismen gereclassificeerd worden of dat organismen verwijnen of toegevoegd worden aan de tabel. Voor een zinvolle implementatie van de micro-organismen tabel in een Laboratorium informatie systeem is een continue beheer van de tabel in het LIMS onontbeerlijk. Een voorstel voor een beheerprocedure is te vinden op [[mp:Beheer_microorganismen|deze wiki]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=13063</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=13063"/>
		<updated>2017-12-29T11:13:56Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van post coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden====&lt;br /&gt;
Een kwantitatieve test is een test waarbij het resulaat een hoeveelheid is en waarbij de mogelijke waarden van het resultaat een vaste relatie tot elkaar hebben. Dit kan een continue reeka van waarden zijn met een eenheid zijn zoals concentraties in mg/mL of discrete waarden zonder eenheid (titer bepalingen). Het resulataat van een quantitatiev etest is dus een getal met enventueel en eenheid. Voor het coderen van de eenheiden is gakozen voor UCUM &amp;lt;ref&amp;gt;http://unitsofmeasure.org/trac&amp;lt;/ref&amp;gt;. UCUM is een manier om eenheden zoals SI-eenheden, weer te geven zodat die eenduidig door elektronische systemen kunnen worden verwerkt. UCUM definieert zelf dus geen eenheden. Binnen de labcodeset heeft het codeeer team een keuze gemaakt voor de eenheid. Daar waar voor een bepaalde test meerdere eenheden in omloop waren is er toch een keuze gemaakt voor een enkele eenheid. (bv mg/L ipv ug/mL bij antibiotica resistenties). Een consequentie van deze keuze is dat sommige laboratoria in hun systeem over moeten naar nieuwe eenheden. In het voorbeeld hierboven is dat geen grote wijziging maar indien er over gegaan wordt van mmol/L naar mg/L is de impact vele malen groter. Om communicatie tussen zorgverleners mogelijk te maken is het echter essentieel dat hierin en keuze wordt gemaakt. Aan het inhoudelijk beheer van de labcodeset is het de taak om te waken dat de keuze van de eenheden eenduidig is. Dwz dat vergelijkbare testen dezelfde eenheid krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
Sommige observaties of microbiologische testen hebben als resultaat een goed geordend lijst aan mogelijke uitkomsten maar er is geen lineare relatie tussen deze uitkomsten. Voorbeelden zijn bv rapportage van hoeveelheid microorganismen als 1+, 2+, 3+ of aanwezig, afwezig. In de praktijk blijkt dat verschillende laboratoria voor deze uitslag verzameling eigen keuzes hebben gemaakt. Met andere woorden het zijn eigen lijsten en er is geen afstemming tussen de laboratoria over de onderlinge relatie. Dit maakt uitwisselen en eenduidoge interpretatie van gegevens onmogelijk. Immers hoe verhoud een resultaat van een laboratoium dat hoeveelheden rapporteerd als 1+, 2+, 3+ zich tot een lab dat rapporteerd als sporadisch, weinig, veel?&lt;br /&gt;
De eenheid van taal werkgroep zal binnen de labcodeset bij ordinale observatie een voorstel doen voor de te gebruiken uitslag verzameling. De individuele waarden van deze verzamelingen zullen gecodeerd worden mbv SNOMED-CT codes. Deze codes zijn enkel nodig voor communicatie tussen laboratoria en laboratoria zijn vrij om binnen hun eigen systeem eigen vertalingen te hanteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
een voorbeeld van een resultaat verzameling is de ordinale lijst welke gebruikt wordt voor het rapporteren van ordinale moleculaire en serologische bepalingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;color: black; background-color: #CCC0D9;&amp;quot; width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
!SNOMED-CT concept&lt;br /&gt;
!preferred name&lt;br /&gt;
!Nederlandse vertaling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260373001&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260415000&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Not detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Niet aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|419984006&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Inconclusive&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onduidelijk&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|82334004&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Indeterminate&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onbepaald&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onduidelijk wil zeggen dat er wel een resultaat is maar dat er niet bepaald kan worden dat de teste positief danwel negatief (aangetoond danwel niet aangetoon) is. Onbepaald betekend dat het niet mogelijk was om een resultaat te genereren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinaal kwantitatieve observaties====&lt;br /&gt;
Een speciale schaal is de ordinaal kwantitatieve schaal. Deze is gereserveerd voor resistentiebepaling omdat het hier om discrete waarden gaat op een continue schaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Nominale verzamelingen====&lt;br /&gt;
Nominale uitslag verzamlingen zijn waarden die geen onderlinge volgorde hebben. Belangrijkste nominale verzameling binnen de labcodeset is de (micro)organisme tabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=====Organismen=====&lt;br /&gt;
De huidige Nederlandse micro-organisme referentieset met Nederlandse voorkeurstermen is beschikbaar op de NICTIZ website. [https://www.nictiz.nl/Paginas/micro-organismen.aspx|microorganismne] De microorganisme tabel is een dynamische tabel. De taxonomie van microorganismen is constant aan verandering onderhevig doordat organismen gereclassificeerd worden of dat organismen verwijnen of toegevoegd worden aan de tabel. Voor een zinvolle implementatie van de micro-organismen tabel in een Laboratorium informatie systeem is een continue beheer van de tabel in het LIMS onontbeerlijk. Een voorstel voor een beheerprocedure is te vinden op [[deze wiki]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13062</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13062"/>
		<updated>2017-12-29T11:07:15Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: terminologie.nictiz.nl. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;br /&gt;
*De oude naam wordt aangepast in de nieuwe naam.&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft gehanteerd maar er wordt wel de juiste SNOMED-CT code aan gekoppeld, zodat naar ISIS-AR de nieuwe naam wordt gecommuniceerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Als het micro-organisme niet terug te vinden is, controleer dan het bestaan van dit micro-organisme op dsmz.de en/of de bacterio.net. Voor een gist/schimmel kan de website mycobank.org geraadpleegd worden.&lt;br /&gt;
Is het micro-organisme hier terug te vinden, dan kan deze worden toegevoegd aan de LIMS database. Controleer of het organisme onder een synoniem wel bekend is in SNOMED-CT. &lt;br /&gt;
Stel de beheerders van Nictiz op de hoogte van het ontbreken van het m.o. in de Dutch microorganism simple reference set of van de voorkeursnaam als deze wel als synoniem aanwezig is. Zij zullen dan zorgen dat het m.o. wordt toegevoegd en een SNOMED-CT code krijgt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3. Is het m.o. niet terug te vinden op genoemde websites, leg het m.o. dan aan de verantwoordelijke microbioloog voor, zodat deze kan beslissen wat er mee gedaan moet worden. Indien deze wil dat dit MO wordt opgenomen, dan wordt deze wens voorgelegd aan de beheerorganisatie. Indien akkoord, dan kan de Snomed-CT code door de beheerder worden aangevraagd en wordt het MO toegevoegd aan de Dutch microorganism simple reference set.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het beheren/real-time up-to-date houden van de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
*Ieder half jaar wordt er een nieuwe SNOMED-CT release uitgebracht met de bijbehorende Nederalandse subset. Bij deze release zit ook informatie over de wijzigingen die hebben plaatsgevonden t.o.v. de vorige release. Controleer deze informatie op wijzigingen in naamgeving van m.o.’s en voer deze door in de LIMS database.&lt;br /&gt;
*Bij iedere update van de maldi-tof database wordt er aangegeven wat er veranderd is en of er nieuwe organismen zijn toegevoegd of gewijzigd. Deze informatie moet worden verstrekt aan de beheersorganisatie, zodat deze eventuele benodigde aanpassingen van de Dutch microorganism simple reference set kan doorvoeren.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13061</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13061"/>
		<updated>2017-12-29T11:01:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: terminologie.nictiz.nl. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;br /&gt;
*De oude naam wordt aangepast in de nieuwe naam.&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft gehanteerd maar er wordt wel de juiste SNOMED-CT code aan gekoppeld, zodat naar ISIS-AR de nieuwe naam wordt gecommuniceerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Als het micro-organisme niet terug te vinden is, controleer dan het bestaan van dit micro-organisme op dsmz.de en/of de bacterio.net. Voor een gist/schimmel kan de website mycobank.org geraadpleegd worden.&lt;br /&gt;
Is het micro-organisme hier terug te vinden, dan kan deze worden toegevoegd aan de LIMS database. Controleer of het organisme onder een synoniem wel bekend is in SNOMED-CT. &lt;br /&gt;
Stel de beheerders van Nictiz op de hoogte van het ontbreken van het m.o. in de Dutch microorganism simple reference set of van de voorkeursnaam als deze wel als synoniem aanwezig is. Zij zullen dan zorgen dat het m.o. wordt toegevoegd en een SNOMED-CT code krijgt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Is het m.o. niet terug te vinden op genoemde websites, leg het m.o. dan aan de verantwoordelijke microbioloog voor, zodat deze kan beslissen wat er mee gedaan moet worden. Indien deze wil dat dit MO wordt opgenomen, dan wordt deze wens voorgelegd aan de beheerorganisatie. Indien akkoord, dan kan de Snomed-CT code door de beheerder worden aangevraagd en wordt het MO toegevoegd aan de Dutch microorganism simple reference set.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13060</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13060"/>
		<updated>2017-12-29T11:00:56Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1. Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: terminologie.nictiz.nl. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;br /&gt;
*De oude naam wordt aangepast in de nieuwe naam.&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft gehanteerd maar er wordt wel de juiste SNOMED-CT code aan gekoppeld, zodat naar ISIS-AR de nieuwe naam wordt gecommuniceerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Als het micro-organisme niet terug te vinden is, controleer dan het bestaan van dit micro-organisme op dsmz.de en/of de bacterio.net. Voor een gist/schimmel kan de website mycobank.org geraadpleegd worden.&lt;br /&gt;
Is het micro-organisme hier terug te vinden, dan kan deze worden toegevoegd aan de LIMS database. Controleer of het organisme onder een synoniem wel bekend is in SNOMED-CT. &lt;br /&gt;
Stel de beheerders van Nictiz op de hoogte van het ontbreken van het m.o. in de Dutch microorganism simple reference set of van de voorkeursnaam als deze wel als synoniem aanwezig is. Zij zullen dan zorgen dat het m.o. wordt toegevoegd en een SNOMED-CT code krijgt.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13059</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13059"/>
		<updated>2017-12-29T11:00:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
#Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: terminologie.nictiz.nl. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;br /&gt;
*De oude naam wordt aangepast in de nieuwe naam.&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft gehanteerd maar er wordt wel de juiste SNOMED-CT code aan gekoppeld, zodat naar ISIS-AR de nieuwe naam wordt gecommuniceerd.&lt;br /&gt;
#Als het micro-organisme niet terug te vinden is, controleer dan het bestaan van dit micro-organisme op dsmz.de en/of de bacterio.net. Voor een gist/schimmel kan de website mycobank.org geraadpleegd worden.&lt;br /&gt;
Is het micro-organisme hier terug te vinden, dan kan deze worden toegevoegd aan de LIMS database. Controleer of het organisme onder een synoniem wel bekend is in SNOMED-CT. &lt;br /&gt;
Stel de beheerders van Nictiz op de hoogte van het ontbreken van het m.o. in de Dutch microorganism simple reference set of van de voorkeursnaam als deze wel als synoniem aanwezig is. Zij zullen dan zorgen dat het m.o. wordt toegevoegd en een SNOMED-CT code krijgt.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13058</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13058"/>
		<updated>2017-12-29T10:59:39Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
#Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: terminologie.nictiz.nl. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;br /&gt;
*De oude naam wordt aangepast in de nieuwe naam.&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft gehanteerd maar er wordt wel de juiste SNOMED-CT code aan gekoppeld, zodat naar ISIS-AR de nieuwe naam wordt gecommuniceerd.&lt;br /&gt;
#Als het micro-organisme niet terug te vinden is, controleer dan het bestaan van dit micro-organisme op dsmz.de en/of de bacterio.net. Voor een gist/schimmel kan de website mycobank.org geraadpleegd worden.&lt;br /&gt;
Is het micro-organisme hier terug te vinden, dan kan deze worden toegevoegd aan de LIMS database. Controleer of het organisme onder een synoniem wel bekend is in SNOMED-CT. &lt;br /&gt;
Stel de beheerders van Nictiz op de hoogte van het ontbreken van het m.o. in de Dutch microorganism simple reference set of van de voorkeursnaam als deze wel als synoniem aanwezig is. Zij zullen dan zorgen dat het m.o. wordt toegevoegd en een SNOMED-CT code krijgt.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13057</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13057"/>
		<updated>2017-12-29T10:58:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
#Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: terminologie.nictiz.nl. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13056</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13056"/>
		<updated>2017-12-29T10:58:15Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
#Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: terminologie.nictiz.nl. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13055</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13055"/>
		<updated>2017-12-29T10:57:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
1. Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: terminologie.nictiz.nl. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
*De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13054</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13054"/>
		<updated>2017-12-29T10:57:11Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
#Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: terminologie.nictiz.nl. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zoek het micro-organisme op en controleer of het onderdeel uitmaakt van de Dutch microorganism simple reference set en controleer of er geen synoniem vermeld wordt die mogelijk al bekend is in de lokale database.&lt;br /&gt;
Het m.o. mag worden toegevoegd aan de LIMS database.&lt;br /&gt;
NB: indien het om een naamsverandering gaat, besluit dan gelijk wat te doen met de oude naam. De volgende opties zijn mogelijk:&lt;br /&gt;
##De oude naam blijft in het systeem, maar wordt inactief gemaakt. De nieuwe naam wordt aan de database toegevoegd.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13053</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13053"/>
		<updated>2017-12-29T10:55:57Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
#Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: terminologie.nictiz.nl. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;br /&gt;
[[Image: screen.png| screen.png]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Bestand:Screen.png&amp;diff=13052</id>
		<title>Bestand:Screen.png</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Bestand:Screen.png&amp;diff=13052"/>
		<updated>2017-12-29T10:53:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13051</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13051"/>
		<updated>2017-12-29T10:50:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
#Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: terminologie.nictiz.nl. Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13050</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13050"/>
		<updated>2017-12-29T10:49:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;br /&gt;
Voor het up-to-date houden van de lokale LIMS micro-organismen database van een MML en het voorkomen van vervuiling van deze database is het noodzakelijk een aantal criteria aan te houden voor het beheer van deze database.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor het toevoegen van een micro-organisme aan de LIMS database geldt het volgende:&lt;br /&gt;
#Controleer of het micro-organisme terug te vinden is in de Nederlandse Nictiz-SNOMED-CT database (Dutch microorganism simple reference set) op de website: terminologie.nictiz.nl.&lt;br /&gt;
Kies onder Terminologie voor SNOMED-CT.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13049</id>
		<title>Beheer microorganismen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Beheer_microorganismen&amp;diff=13049"/>
		<updated>2017-12-29T10:47:21Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==Protocol ten behoeve van beheer lokale LIMS micro-organismen database==&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=13048</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=13048"/>
		<updated>2017-12-28T16:38:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Materialen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van post coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden====&lt;br /&gt;
Een kwantitatieve test is een test waarbij het resulaat een hoeveelheid is en waarbij de mogelijke waarden van het resultaat een vaste relatie tot elkaar hebben. Dit kan een continue reeka van waarden zijn met een eenheid zijn zoals concentraties in mg/mL of discrete waarden zonder eenheid (titer bepalingen). Het resulataat van een quantitatiev etest is dus een getal met enventueel en eenheid. Voor het coderen van de eenheiden is gakozen voor UCUM &amp;lt;ref&amp;gt;http://unitsofmeasure.org/trac&amp;lt;/ref&amp;gt;. UCUM is een manier om eenheden zoals SI-eenheden, weer te geven zodat die eenduidig door elektronische systemen kunnen worden verwerkt. UCUM definieert zelf dus geen eenheden. Binnen de labcodeset heeft het codeeer team een keuze gemaakt voor de eenheid. Daar waar voor een bepaalde test meerdere eenheden in omloop waren is er toch een keuze gemaakt voor een enkele eenheid. (bv mg/L ipv ug/mL bij antibiotica resistenties). Een consequentie van deze keuze is dat sommige laboratoria in hun systeem over moeten naar nieuwe eenheden. In het voorbeeld hierboven is dat geen grote wijziging maar indien er over gegaan wordt van mmol/L naar mg/L is de impact vele malen groter. Om communicatie tussen zorgverleners mogelijk te maken is het echter essentieel dat hierin en keuze wordt gemaakt. Aan het inhoudelijk beheer van de labcodeset is het de taak om te waken dat de keuze van de eenheden eenduidig is. Dwz dat vergelijkbare testen dezelfde eenheid krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
Sommige observaties of microbiologische testen hebben als resultaat een goed geordend lijst aan mogelijke uitkomsten maar er is geen lineare relatie tussen deze uitkomsten. Voorbeelden zijn bv rapportage van hoeveelheid microorganismen als 1+, 2+, 3+ of aanwezig, afwezig. In de praktijk blijkt dat verschillende laboratoria voor deze uitslag verzameling eigen keuzes hebben gemaakt. Met andere woorden het zijn eigen lijsten en er is geen afstemming tussen de laboratoria over de onderlinge relatie. Dit maakt uitwisselen en eenduidoge interpretatie van gegevens onmogelijk. Immers hoe verhoud een resultaat van een laboratoium dat hoeveelheden rapporteerd als 1+, 2+, 3+ zich tot een lab dat rapporteerd als sporadisch, weinig, veel?&lt;br /&gt;
De eenheid van taal werkgroep zal binnen de labcodeset bij ordinale observatie een voorstel doen voor de te gebruiken uitslag verzameling. De individuele waarden van deze verzamelingen zullen gecodeerd worden mbv SNOMED-CT codes. Deze codes zijn enkel nodig voor communicatie tussen laboratoria en laboratoria zijn vrij om binnen hun eigen systeem eigen vertalingen te hanteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
een voorbeeld van een resultaat verzameling is de ordinale lijst welke gebruikt wordt voor het rapporteren van ordinale moleculaire en serologische bepalingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;color: black; background-color: #CCC0D9;&amp;quot; width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
!SNOMED-CT concept&lt;br /&gt;
!preferred name&lt;br /&gt;
!Nederlandse vertaling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260373001&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260415000&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Not detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Niet aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|419984006&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Inconclusive&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onduidelijk&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|82334004&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Indeterminate&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onbepaald&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onduidelijk wil zeggen dat er wel een resultaat is maar dat er niet bepaald kan worden dat de teste positief danwel negatief (aangetoond danwel niet aangetoon) is. Onbepaald betekend dat het niet mogelijk was om een resultaat te genereren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinaal kwantitatieve observaties====&lt;br /&gt;
Een speciale schaal is de ordinaal kwantitatieve schaal. Deze is gereserveerd voor resistentiebepaling omdat het hier om discrete waarden gaat op een continue schaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Nominale verzamelingen====&lt;br /&gt;
Nominale uitslag verzamlingen zijn waarden die geen onderlinge volgorde hebben. Belangrijkste nominale verzameling binnen de labcodeset is de (micro)organisme tabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=====Organismen=====&lt;br /&gt;
[https://www.nictiz.nl/Paginas/micro-organismen.aspx|microorganismne]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12995</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12995"/>
		<updated>2017-12-20T14:43:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Organismen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden====&lt;br /&gt;
Een kwantitatieve test is een test waarbij het resulaat een hoeveelheid is en waarbij de mogelijke waarden van het resultaat een vaste relatie tot elkaar hebben. Dit kan een continue reeka van waarden zijn met een eenheid zijn zoals concentraties in mg/mL of discrete waarden zonder eenheid (titer bepalingen). Het resulataat van een quantitatiev etest is dus een getal met enventueel en eenheid. Voor het coderen van de eenheiden is gakozen voor UCUM &amp;lt;ref&amp;gt;http://unitsofmeasure.org/trac&amp;lt;/ref&amp;gt;. UCUM is een manier om eenheden zoals SI-eenheden, weer te geven zodat die eenduidig door elektronische systemen kunnen worden verwerkt. UCUM definieert zelf dus geen eenheden. Binnen de labcodeset heeft het codeeer team een keuze gemaakt voor de eenheid. Daar waar voor een bepaalde test meerdere eenheden in omloop waren is er toch een keuze gemaakt voor een enkele eenheid. (bv mg/L ipv ug/mL bij antibiotica resistenties). Een consequentie van deze keuze is dat sommige laboratoria in hun systeem over moeten naar nieuwe eenheden. In het voorbeeld hierboven is dat geen grote wijziging maar indien er over gegaan wordt van mmol/L naar mg/L is de impact vele malen groter. Om communicatie tussen zorgverleners mogelijk te maken is het echter essentieel dat hierin en keuze wordt gemaakt. Aan het inhoudelijk beheer van de labcodeset is het de taak om te waken dat de keuze van de eenheden eenduidig is. Dwz dat vergelijkbare testen dezelfde eenheid krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
Sommige observaties of microbiologische testen hebben als resultaat een goed geordend lijst aan mogelijke uitkomsten maar er is geen lineare relatie tussen deze uitkomsten. Voorbeelden zijn bv rapportage van hoeveelheid microorganismen als 1+, 2+, 3+ of aanwezig, afwezig. In de praktijk blijkt dat verschillende laboratoria voor deze uitslag verzameling eigen keuzes hebben gemaakt. Met andere woorden het zijn eigen lijsten en er is geen afstemming tussen de laboratoria over de onderlinge relatie. Dit maakt uitwisselen en eenduidoge interpretatie van gegevens onmogelijk. Immers hoe verhoud een resultaat van een laboratoium dat hoeveelheden rapporteerd als 1+, 2+, 3+ zich tot een lab dat rapporteerd als sporadisch, weinig, veel?&lt;br /&gt;
De eenheid van taal werkgroep zal binnen de labcodeset bij ordinale observatie een voorstel doen voor de te gebruiken uitslag verzameling. De individuele waarden van deze verzamelingen zullen gecodeerd worden mbv SNOMED-CT codes. Deze codes zijn enkel nodig voor communicatie tussen laboratoria en laboratoria zijn vrij om binnen hun eigen systeem eigen vertalingen te hanteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
een voorbeeld van een resultaat verzameling is de ordinale lijst welke gebruikt wordt voor het rapporteren van ordinale moleculaire en serologische bepalingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;color: black; background-color: #CCC0D9;&amp;quot; width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
!SNOMED-CT concept&lt;br /&gt;
!preferred name&lt;br /&gt;
!Nederlandse vertaling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260373001&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260415000&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Not detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Niet aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|419984006&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Inconclusive&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onduidelijk&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|82334004&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Indeterminate&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onbepaald&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onduidelijk wil zeggen dat er wel een resultaat is maar dat er niet bepaald kan worden dat de teste positief danwel negatief (aangetoond danwel niet aangetoon) is. Onbepaald betekend dat het niet mogelijk was om een resultaat te genereren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinaal kwantitatieve observaties====&lt;br /&gt;
Een speciale schaal is de ordinaal kwantitatieve schaal. Deze is gereserveerd voor resistentiebepaling omdat het hier om discrete waarden gaat op een continue schaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Nominale verzamelingen====&lt;br /&gt;
Nominale uitslag verzamlingen zijn waarden die geen onderlinge volgorde hebben. Belangrijkste nominale verzameling binnen de labcodeset is de (micro)organisme tabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=====Organismen=====&lt;br /&gt;
[https://www.nictiz.nl/Paginas/micro-organismen.aspx|microorganismne]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12994</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12994"/>
		<updated>2017-12-20T14:43:15Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Organismen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden====&lt;br /&gt;
Een kwantitatieve test is een test waarbij het resulaat een hoeveelheid is en waarbij de mogelijke waarden van het resultaat een vaste relatie tot elkaar hebben. Dit kan een continue reeka van waarden zijn met een eenheid zijn zoals concentraties in mg/mL of discrete waarden zonder eenheid (titer bepalingen). Het resulataat van een quantitatiev etest is dus een getal met enventueel en eenheid. Voor het coderen van de eenheiden is gakozen voor UCUM &amp;lt;ref&amp;gt;http://unitsofmeasure.org/trac&amp;lt;/ref&amp;gt;. UCUM is een manier om eenheden zoals SI-eenheden, weer te geven zodat die eenduidig door elektronische systemen kunnen worden verwerkt. UCUM definieert zelf dus geen eenheden. Binnen de labcodeset heeft het codeeer team een keuze gemaakt voor de eenheid. Daar waar voor een bepaalde test meerdere eenheden in omloop waren is er toch een keuze gemaakt voor een enkele eenheid. (bv mg/L ipv ug/mL bij antibiotica resistenties). Een consequentie van deze keuze is dat sommige laboratoria in hun systeem over moeten naar nieuwe eenheden. In het voorbeeld hierboven is dat geen grote wijziging maar indien er over gegaan wordt van mmol/L naar mg/L is de impact vele malen groter. Om communicatie tussen zorgverleners mogelijk te maken is het echter essentieel dat hierin en keuze wordt gemaakt. Aan het inhoudelijk beheer van de labcodeset is het de taak om te waken dat de keuze van de eenheden eenduidig is. Dwz dat vergelijkbare testen dezelfde eenheid krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
Sommige observaties of microbiologische testen hebben als resultaat een goed geordend lijst aan mogelijke uitkomsten maar er is geen lineare relatie tussen deze uitkomsten. Voorbeelden zijn bv rapportage van hoeveelheid microorganismen als 1+, 2+, 3+ of aanwezig, afwezig. In de praktijk blijkt dat verschillende laboratoria voor deze uitslag verzameling eigen keuzes hebben gemaakt. Met andere woorden het zijn eigen lijsten en er is geen afstemming tussen de laboratoria over de onderlinge relatie. Dit maakt uitwisselen en eenduidoge interpretatie van gegevens onmogelijk. Immers hoe verhoud een resultaat van een laboratoium dat hoeveelheden rapporteerd als 1+, 2+, 3+ zich tot een lab dat rapporteerd als sporadisch, weinig, veel?&lt;br /&gt;
De eenheid van taal werkgroep zal binnen de labcodeset bij ordinale observatie een voorstel doen voor de te gebruiken uitslag verzameling. De individuele waarden van deze verzamelingen zullen gecodeerd worden mbv SNOMED-CT codes. Deze codes zijn enkel nodig voor communicatie tussen laboratoria en laboratoria zijn vrij om binnen hun eigen systeem eigen vertalingen te hanteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
een voorbeeld van een resultaat verzameling is de ordinale lijst welke gebruikt wordt voor het rapporteren van ordinale moleculaire en serologische bepalingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;color: black; background-color: #CCC0D9;&amp;quot; width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
!SNOMED-CT concept&lt;br /&gt;
!preferred name&lt;br /&gt;
!Nederlandse vertaling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260373001&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260415000&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Not detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Niet aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|419984006&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Inconclusive&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onduidelijk&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|82334004&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Indeterminate&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onbepaald&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onduidelijk wil zeggen dat er wel een resultaat is maar dat er niet bepaald kan worden dat de teste positief danwel negatief (aangetoond danwel niet aangetoon) is. Onbepaald betekend dat het niet mogelijk was om een resultaat te genereren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinaal kwantitatieve observaties====&lt;br /&gt;
Een speciale schaal is de ordinaal kwantitatieve schaal. Deze is gereserveerd voor resistentiebepaling omdat het hier om discrete waarden gaat op een continue schaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Nominale verzamelingen====&lt;br /&gt;
Nominale uitslag verzamlingen zijn waarden die geen onderlinge volgorde hebben. Belangrijkste nominale verzameling binnen de labcodeset is de (micro)organisme tabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=====Organismen=====&lt;br /&gt;
[[https://www.nictiz.nl/Paginas/micro-organismen.aspx|microorganismne]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12993</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12993"/>
		<updated>2017-12-20T14:29:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Nominale verzamelingen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden====&lt;br /&gt;
Een kwantitatieve test is een test waarbij het resulaat een hoeveelheid is en waarbij de mogelijke waarden van het resultaat een vaste relatie tot elkaar hebben. Dit kan een continue reeka van waarden zijn met een eenheid zijn zoals concentraties in mg/mL of discrete waarden zonder eenheid (titer bepalingen). Het resulataat van een quantitatiev etest is dus een getal met enventueel en eenheid. Voor het coderen van de eenheiden is gakozen voor UCUM &amp;lt;ref&amp;gt;http://unitsofmeasure.org/trac&amp;lt;/ref&amp;gt;. UCUM is een manier om eenheden zoals SI-eenheden, weer te geven zodat die eenduidig door elektronische systemen kunnen worden verwerkt. UCUM definieert zelf dus geen eenheden. Binnen de labcodeset heeft het codeeer team een keuze gemaakt voor de eenheid. Daar waar voor een bepaalde test meerdere eenheden in omloop waren is er toch een keuze gemaakt voor een enkele eenheid. (bv mg/L ipv ug/mL bij antibiotica resistenties). Een consequentie van deze keuze is dat sommige laboratoria in hun systeem over moeten naar nieuwe eenheden. In het voorbeeld hierboven is dat geen grote wijziging maar indien er over gegaan wordt van mmol/L naar mg/L is de impact vele malen groter. Om communicatie tussen zorgverleners mogelijk te maken is het echter essentieel dat hierin en keuze wordt gemaakt. Aan het inhoudelijk beheer van de labcodeset is het de taak om te waken dat de keuze van de eenheden eenduidig is. Dwz dat vergelijkbare testen dezelfde eenheid krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
Sommige observaties of microbiologische testen hebben als resultaat een goed geordend lijst aan mogelijke uitkomsten maar er is geen lineare relatie tussen deze uitkomsten. Voorbeelden zijn bv rapportage van hoeveelheid microorganismen als 1+, 2+, 3+ of aanwezig, afwezig. In de praktijk blijkt dat verschillende laboratoria voor deze uitslag verzameling eigen keuzes hebben gemaakt. Met andere woorden het zijn eigen lijsten en er is geen afstemming tussen de laboratoria over de onderlinge relatie. Dit maakt uitwisselen en eenduidoge interpretatie van gegevens onmogelijk. Immers hoe verhoud een resultaat van een laboratoium dat hoeveelheden rapporteerd als 1+, 2+, 3+ zich tot een lab dat rapporteerd als sporadisch, weinig, veel?&lt;br /&gt;
De eenheid van taal werkgroep zal binnen de labcodeset bij ordinale observatie een voorstel doen voor de te gebruiken uitslag verzameling. De individuele waarden van deze verzamelingen zullen gecodeerd worden mbv SNOMED-CT codes. Deze codes zijn enkel nodig voor communicatie tussen laboratoria en laboratoria zijn vrij om binnen hun eigen systeem eigen vertalingen te hanteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
een voorbeeld van een resultaat verzameling is de ordinale lijst welke gebruikt wordt voor het rapporteren van ordinale moleculaire en serologische bepalingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;color: black; background-color: #CCC0D9;&amp;quot; width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
!SNOMED-CT concept&lt;br /&gt;
!preferred name&lt;br /&gt;
!Nederlandse vertaling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260373001&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260415000&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Not detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Niet aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|419984006&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Inconclusive&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onduidelijk&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|82334004&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Indeterminate&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onbepaald&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onduidelijk wil zeggen dat er wel een resultaat is maar dat er niet bepaald kan worden dat de teste positief danwel negatief (aangetoond danwel niet aangetoon) is. Onbepaald betekend dat het niet mogelijk was om een resultaat te genereren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinaal kwantitatieve observaties====&lt;br /&gt;
Een speciale schaal is de ordinaal kwantitatieve schaal. Deze is gereserveerd voor resistentiebepaling omdat het hier om discrete waarden gaat op een continue schaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Nominale verzamelingen====&lt;br /&gt;
Nominale uitslag verzamlingen zijn waarden die geen onderlinge volgorde hebben. Belangrijkste nominale verzameling binnen de labcodeset is de (micro)organisme tabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=====Organismen=====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12992</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12992"/>
		<updated>2017-12-20T14:18:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Ordinaal kwantitatieve observaties */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden====&lt;br /&gt;
Een kwantitatieve test is een test waarbij het resulaat een hoeveelheid is en waarbij de mogelijke waarden van het resultaat een vaste relatie tot elkaar hebben. Dit kan een continue reeka van waarden zijn met een eenheid zijn zoals concentraties in mg/mL of discrete waarden zonder eenheid (titer bepalingen). Het resulataat van een quantitatiev etest is dus een getal met enventueel en eenheid. Voor het coderen van de eenheiden is gakozen voor UCUM &amp;lt;ref&amp;gt;http://unitsofmeasure.org/trac&amp;lt;/ref&amp;gt;. UCUM is een manier om eenheden zoals SI-eenheden, weer te geven zodat die eenduidig door elektronische systemen kunnen worden verwerkt. UCUM definieert zelf dus geen eenheden. Binnen de labcodeset heeft het codeeer team een keuze gemaakt voor de eenheid. Daar waar voor een bepaalde test meerdere eenheden in omloop waren is er toch een keuze gemaakt voor een enkele eenheid. (bv mg/L ipv ug/mL bij antibiotica resistenties). Een consequentie van deze keuze is dat sommige laboratoria in hun systeem over moeten naar nieuwe eenheden. In het voorbeeld hierboven is dat geen grote wijziging maar indien er over gegaan wordt van mmol/L naar mg/L is de impact vele malen groter. Om communicatie tussen zorgverleners mogelijk te maken is het echter essentieel dat hierin en keuze wordt gemaakt. Aan het inhoudelijk beheer van de labcodeset is het de taak om te waken dat de keuze van de eenheden eenduidig is. Dwz dat vergelijkbare testen dezelfde eenheid krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
Sommige observaties of microbiologische testen hebben als resultaat een goed geordend lijst aan mogelijke uitkomsten maar er is geen lineare relatie tussen deze uitkomsten. Voorbeelden zijn bv rapportage van hoeveelheid microorganismen als 1+, 2+, 3+ of aanwezig, afwezig. In de praktijk blijkt dat verschillende laboratoria voor deze uitslag verzameling eigen keuzes hebben gemaakt. Met andere woorden het zijn eigen lijsten en er is geen afstemming tussen de laboratoria over de onderlinge relatie. Dit maakt uitwisselen en eenduidoge interpretatie van gegevens onmogelijk. Immers hoe verhoud een resultaat van een laboratoium dat hoeveelheden rapporteerd als 1+, 2+, 3+ zich tot een lab dat rapporteerd als sporadisch, weinig, veel?&lt;br /&gt;
De eenheid van taal werkgroep zal binnen de labcodeset bij ordinale observatie een voorstel doen voor de te gebruiken uitslag verzameling. De individuele waarden van deze verzamelingen zullen gecodeerd worden mbv SNOMED-CT codes. Deze codes zijn enkel nodig voor communicatie tussen laboratoria en laboratoria zijn vrij om binnen hun eigen systeem eigen vertalingen te hanteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
een voorbeeld van een resultaat verzameling is de ordinale lijst welke gebruikt wordt voor het rapporteren van ordinale moleculaire en serologische bepalingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;color: black; background-color: #CCC0D9;&amp;quot; width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
!SNOMED-CT concept&lt;br /&gt;
!preferred name&lt;br /&gt;
!Nederlandse vertaling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260373001&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260415000&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Not detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Niet aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|419984006&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Inconclusive&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onduidelijk&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|82334004&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Indeterminate&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onbepaald&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onduidelijk wil zeggen dat er wel een resultaat is maar dat er niet bepaald kan worden dat de teste positief danwel negatief (aangetoond danwel niet aangetoon) is. Onbepaald betekend dat het niet mogelijk was om een resultaat te genereren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinaal kwantitatieve observaties====&lt;br /&gt;
Een speciale schaal is de ordinaal kwantitatieve schaal. Deze is gereserveerd voor resistentiebepaling omdat het hier om discrete waarden gaat op een continue schaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Nominale verzamelingen====&lt;br /&gt;
Nominale uitslag verzamlingen zijn waarden die geen onderlinge volgorde hebben. Belangrijkste nominale verzamling binnen de labcodeset is de (micro)organisme tabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=====Organismen=====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12991</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12991"/>
		<updated>2017-12-20T14:18:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Organismen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden====&lt;br /&gt;
Een kwantitatieve test is een test waarbij het resulaat een hoeveelheid is en waarbij de mogelijke waarden van het resultaat een vaste relatie tot elkaar hebben. Dit kan een continue reeka van waarden zijn met een eenheid zijn zoals concentraties in mg/mL of discrete waarden zonder eenheid (titer bepalingen). Het resulataat van een quantitatiev etest is dus een getal met enventueel en eenheid. Voor het coderen van de eenheiden is gakozen voor UCUM &amp;lt;ref&amp;gt;http://unitsofmeasure.org/trac&amp;lt;/ref&amp;gt;. UCUM is een manier om eenheden zoals SI-eenheden, weer te geven zodat die eenduidig door elektronische systemen kunnen worden verwerkt. UCUM definieert zelf dus geen eenheden. Binnen de labcodeset heeft het codeeer team een keuze gemaakt voor de eenheid. Daar waar voor een bepaalde test meerdere eenheden in omloop waren is er toch een keuze gemaakt voor een enkele eenheid. (bv mg/L ipv ug/mL bij antibiotica resistenties). Een consequentie van deze keuze is dat sommige laboratoria in hun systeem over moeten naar nieuwe eenheden. In het voorbeeld hierboven is dat geen grote wijziging maar indien er over gegaan wordt van mmol/L naar mg/L is de impact vele malen groter. Om communicatie tussen zorgverleners mogelijk te maken is het echter essentieel dat hierin en keuze wordt gemaakt. Aan het inhoudelijk beheer van de labcodeset is het de taak om te waken dat de keuze van de eenheden eenduidig is. Dwz dat vergelijkbare testen dezelfde eenheid krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
Sommige observaties of microbiologische testen hebben als resultaat een goed geordend lijst aan mogelijke uitkomsten maar er is geen lineare relatie tussen deze uitkomsten. Voorbeelden zijn bv rapportage van hoeveelheid microorganismen als 1+, 2+, 3+ of aanwezig, afwezig. In de praktijk blijkt dat verschillende laboratoria voor deze uitslag verzameling eigen keuzes hebben gemaakt. Met andere woorden het zijn eigen lijsten en er is geen afstemming tussen de laboratoria over de onderlinge relatie. Dit maakt uitwisselen en eenduidoge interpretatie van gegevens onmogelijk. Immers hoe verhoud een resultaat van een laboratoium dat hoeveelheden rapporteerd als 1+, 2+, 3+ zich tot een lab dat rapporteerd als sporadisch, weinig, veel?&lt;br /&gt;
De eenheid van taal werkgroep zal binnen de labcodeset bij ordinale observatie een voorstel doen voor de te gebruiken uitslag verzameling. De individuele waarden van deze verzamelingen zullen gecodeerd worden mbv SNOMED-CT codes. Deze codes zijn enkel nodig voor communicatie tussen laboratoria en laboratoria zijn vrij om binnen hun eigen systeem eigen vertalingen te hanteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
een voorbeeld van een resultaat verzameling is de ordinale lijst welke gebruikt wordt voor het rapporteren van ordinale moleculaire en serologische bepalingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;color: black; background-color: #CCC0D9;&amp;quot; width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
!SNOMED-CT concept&lt;br /&gt;
!preferred name&lt;br /&gt;
!Nederlandse vertaling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260373001&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260415000&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Not detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Niet aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|419984006&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Inconclusive&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onduidelijk&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|82334004&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Indeterminate&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onbepaald&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onduidelijk wil zeggen dat er wel een resultaat is maar dat er niet bepaald kan worden dat de teste positief danwel negatief (aangetoond danwel niet aangetoon) is. Onbepaald betekend dat het niet mogelijk was om een resultaat te genereren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinaal kwantitatieve observaties====&lt;br /&gt;
Een speciale schaal is de ordinaal kwantitaieve schaal. Deze is gereserveerd voor resistentiebepaling omdat het hier om discrete waarden gaat op een continue schaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Nominale verzamelingen====&lt;br /&gt;
Nominale uitslag verzamlingen zijn waarden die geen onderlinge volgorde hebben. Belangrijkste nominale verzamling binnen de labcodeset is de (micro)organisme tabel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=====Organismen=====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12990</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12990"/>
		<updated>2017-12-20T14:15:00Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Ordinaal kwantitatieve observaties */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden====&lt;br /&gt;
Een kwantitatieve test is een test waarbij het resulaat een hoeveelheid is en waarbij de mogelijke waarden van het resultaat een vaste relatie tot elkaar hebben. Dit kan een continue reeka van waarden zijn met een eenheid zijn zoals concentraties in mg/mL of discrete waarden zonder eenheid (titer bepalingen). Het resulataat van een quantitatiev etest is dus een getal met enventueel en eenheid. Voor het coderen van de eenheiden is gakozen voor UCUM &amp;lt;ref&amp;gt;http://unitsofmeasure.org/trac&amp;lt;/ref&amp;gt;. UCUM is een manier om eenheden zoals SI-eenheden, weer te geven zodat die eenduidig door elektronische systemen kunnen worden verwerkt. UCUM definieert zelf dus geen eenheden. Binnen de labcodeset heeft het codeeer team een keuze gemaakt voor de eenheid. Daar waar voor een bepaalde test meerdere eenheden in omloop waren is er toch een keuze gemaakt voor een enkele eenheid. (bv mg/L ipv ug/mL bij antibiotica resistenties). Een consequentie van deze keuze is dat sommige laboratoria in hun systeem over moeten naar nieuwe eenheden. In het voorbeeld hierboven is dat geen grote wijziging maar indien er over gegaan wordt van mmol/L naar mg/L is de impact vele malen groter. Om communicatie tussen zorgverleners mogelijk te maken is het echter essentieel dat hierin en keuze wordt gemaakt. Aan het inhoudelijk beheer van de labcodeset is het de taak om te waken dat de keuze van de eenheden eenduidig is. Dwz dat vergelijkbare testen dezelfde eenheid krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
Sommige observaties of microbiologische testen hebben als resultaat een goed geordend lijst aan mogelijke uitkomsten maar er is geen lineare relatie tussen deze uitkomsten. Voorbeelden zijn bv rapportage van hoeveelheid microorganismen als 1+, 2+, 3+ of aanwezig, afwezig. In de praktijk blijkt dat verschillende laboratoria voor deze uitslag verzameling eigen keuzes hebben gemaakt. Met andere woorden het zijn eigen lijsten en er is geen afstemming tussen de laboratoria over de onderlinge relatie. Dit maakt uitwisselen en eenduidoge interpretatie van gegevens onmogelijk. Immers hoe verhoud een resultaat van een laboratoium dat hoeveelheden rapporteerd als 1+, 2+, 3+ zich tot een lab dat rapporteerd als sporadisch, weinig, veel?&lt;br /&gt;
De eenheid van taal werkgroep zal binnen de labcodeset bij ordinale observatie een voorstel doen voor de te gebruiken uitslag verzameling. De individuele waarden van deze verzamelingen zullen gecodeerd worden mbv SNOMED-CT codes. Deze codes zijn enkel nodig voor communicatie tussen laboratoria en laboratoria zijn vrij om binnen hun eigen systeem eigen vertalingen te hanteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
een voorbeeld van een resultaat verzameling is de ordinale lijst welke gebruikt wordt voor het rapporteren van ordinale moleculaire en serologische bepalingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;color: black; background-color: #CCC0D9;&amp;quot; width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
!SNOMED-CT concept&lt;br /&gt;
!preferred name&lt;br /&gt;
!Nederlandse vertaling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260373001&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260415000&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Not detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Niet aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|419984006&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Inconclusive&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onduidelijk&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|82334004&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Indeterminate&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onbepaald&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onduidelijk wil zeggen dat er wel een resultaat is maar dat er niet bepaald kan worden dat de teste positief danwel negatief (aangetoond danwel niet aangetoon) is. Onbepaald betekend dat het niet mogelijk was om een resultaat te genereren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinaal kwantitatieve observaties====&lt;br /&gt;
Een speciale schaal is de ordinaal kwantitaieve schaal. Deze is gereserveerd voor resistentiebepaling omdat het hier om discrete waarden gaat op een continue schaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12989</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12989"/>
		<updated>2017-12-20T14:13:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Ordinale resultaat verzamelingen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden====&lt;br /&gt;
Een kwantitatieve test is een test waarbij het resulaat een hoeveelheid is en waarbij de mogelijke waarden van het resultaat een vaste relatie tot elkaar hebben. Dit kan een continue reeka van waarden zijn met een eenheid zijn zoals concentraties in mg/mL of discrete waarden zonder eenheid (titer bepalingen). Het resulataat van een quantitatiev etest is dus een getal met enventueel en eenheid. Voor het coderen van de eenheiden is gakozen voor UCUM &amp;lt;ref&amp;gt;http://unitsofmeasure.org/trac&amp;lt;/ref&amp;gt;. UCUM is een manier om eenheden zoals SI-eenheden, weer te geven zodat die eenduidig door elektronische systemen kunnen worden verwerkt. UCUM definieert zelf dus geen eenheden. Binnen de labcodeset heeft het codeeer team een keuze gemaakt voor de eenheid. Daar waar voor een bepaalde test meerdere eenheden in omloop waren is er toch een keuze gemaakt voor een enkele eenheid. (bv mg/L ipv ug/mL bij antibiotica resistenties). Een consequentie van deze keuze is dat sommige laboratoria in hun systeem over moeten naar nieuwe eenheden. In het voorbeeld hierboven is dat geen grote wijziging maar indien er over gegaan wordt van mmol/L naar mg/L is de impact vele malen groter. Om communicatie tussen zorgverleners mogelijk te maken is het echter essentieel dat hierin en keuze wordt gemaakt. Aan het inhoudelijk beheer van de labcodeset is het de taak om te waken dat de keuze van de eenheden eenduidig is. Dwz dat vergelijkbare testen dezelfde eenheid krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
Sommige observaties of microbiologische testen hebben als resultaat een goed geordend lijst aan mogelijke uitkomsten maar er is geen lineare relatie tussen deze uitkomsten. Voorbeelden zijn bv rapportage van hoeveelheid microorganismen als 1+, 2+, 3+ of aanwezig, afwezig. In de praktijk blijkt dat verschillende laboratoria voor deze uitslag verzameling eigen keuzes hebben gemaakt. Met andere woorden het zijn eigen lijsten en er is geen afstemming tussen de laboratoria over de onderlinge relatie. Dit maakt uitwisselen en eenduidoge interpretatie van gegevens onmogelijk. Immers hoe verhoud een resultaat van een laboratoium dat hoeveelheden rapporteerd als 1+, 2+, 3+ zich tot een lab dat rapporteerd als sporadisch, weinig, veel?&lt;br /&gt;
De eenheid van taal werkgroep zal binnen de labcodeset bij ordinale observatie een voorstel doen voor de te gebruiken uitslag verzameling. De individuele waarden van deze verzamelingen zullen gecodeerd worden mbv SNOMED-CT codes. Deze codes zijn enkel nodig voor communicatie tussen laboratoria en laboratoria zijn vrij om binnen hun eigen systeem eigen vertalingen te hanteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
een voorbeeld van een resultaat verzameling is de ordinale lijst welke gebruikt wordt voor het rapporteren van ordinale moleculaire en serologische bepalingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;color: black; background-color: #CCC0D9;&amp;quot; width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
!SNOMED-CT concept&lt;br /&gt;
!preferred name&lt;br /&gt;
!Nederlandse vertaling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260373001&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260415000&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Not detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Niet aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|419984006&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Inconclusive&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onduidelijk&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|82334004&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Indeterminate&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onbepaald&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onduidelijk wil zeggen dat er wel een resultaat is maar dat er niet bepaald kan worden dat de teste positief danwel negatief (aangetoond danwel niet aangetoon) is. Onbepaald betekend dat het niet mogelijk was om een resultaat te genereren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinaal kwantitatieve observaties====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12988</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12988"/>
		<updated>2017-12-20T14:12:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Ordinale resultaat verzamelingen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden====&lt;br /&gt;
Een kwantitatieve test is een test waarbij het resulaat een hoeveelheid is en waarbij de mogelijke waarden van het resultaat een vaste relatie tot elkaar hebben. Dit kan een continue reeka van waarden zijn met een eenheid zijn zoals concentraties in mg/mL of discrete waarden zonder eenheid (titer bepalingen). Het resulataat van een quantitatiev etest is dus een getal met enventueel en eenheid. Voor het coderen van de eenheiden is gakozen voor UCUM &amp;lt;ref&amp;gt;http://unitsofmeasure.org/trac&amp;lt;/ref&amp;gt;. UCUM is een manier om eenheden zoals SI-eenheden, weer te geven zodat die eenduidig door elektronische systemen kunnen worden verwerkt. UCUM definieert zelf dus geen eenheden. Binnen de labcodeset heeft het codeeer team een keuze gemaakt voor de eenheid. Daar waar voor een bepaalde test meerdere eenheden in omloop waren is er toch een keuze gemaakt voor een enkele eenheid. (bv mg/L ipv ug/mL bij antibiotica resistenties). Een consequentie van deze keuze is dat sommige laboratoria in hun systeem over moeten naar nieuwe eenheden. In het voorbeeld hierboven is dat geen grote wijziging maar indien er over gegaan wordt van mmol/L naar mg/L is de impact vele malen groter. Om communicatie tussen zorgverleners mogelijk te maken is het echter essentieel dat hierin en keuze wordt gemaakt. Aan het inhoudelijk beheer van de labcodeset is het de taak om te waken dat de keuze van de eenheden eenduidig is. Dwz dat vergelijkbare testen dezelfde eenheid krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
Sommige observaties of microbiologische testen hebben als resultaat een goed geordend lijst aan mogelijke uitkomsten maar er is geen lineare relatie tussen deze uitkomsten. Voorbeelden zijn bv rapportage van hoeveelheid microorganismen als 1+, 2+, 3+ of aanwezig, afwezig. In de praktijk blijkt dat verschillende laboratoria voor deze uitslag verzameling eigen keuzes hebben gemaakt. Met andere woorden het zijn eigen lijsten en er is geen afstemming tussen de laboratoria over de onderlinge relatie. Dit maakt uitwisselen en eenduidoge interpretatie van gegevens onmogelijk. Immers hoe verhoud een resultaat van een laboratoium dat hoeveelheden rapporteerd als 1+, 2+, 3+ zich tot een lab dat rapporteerd als sporadisch, weinig, veel?&lt;br /&gt;
De eenheid van taal werkgroep zal binnen de labcodeset bij ordinale observatie een voorstel doen voor de te gebruiken uitslag verzameling. De individuele waarden van deze verzamelingen zullen gecodeerd worden mbv SNOMED-CT codes. Deze codes zijn enkel nodig voor communicatie tussen laboratoria en laboratoria zijn vrij om binnen hun eigen systeem eigen vertalingen te hanteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
een voorbeeld van een resultaat verzameling is de ordinale lijst welke gebruikt wordt voor het rapporteren van ordinale moleculaire en serologische bepalingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;color: black; background-color: #CCC0D9;&amp;quot; width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
!SNOMED-CT concept&lt;br /&gt;
!preferred name&lt;br /&gt;
!Nederlandse vertaling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260373001&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260415000&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Not detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Niet aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|419984006&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Inconclusive&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onduidelijk&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|82334004&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Indeterminate&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onbepaald&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onduidelijk wil zeggen dat er wel een resultaat is maar dat er niet bepaald kan worden dat de teste positief danwel negatief (aangetoond danwel niet aangetoon) is. Onbepaald betekend dat het niet mogelijk was om een resultaat te genereren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12987</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12987"/>
		<updated>2017-12-20T14:10:29Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Ordinale resultaat verzamelingen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden====&lt;br /&gt;
Een kwantitatieve test is een test waarbij het resulaat een hoeveelheid is en waarbij de mogelijke waarden van het resultaat een vaste relatie tot elkaar hebben. Dit kan een continue reeka van waarden zijn met een eenheid zijn zoals concentraties in mg/mL of discrete waarden zonder eenheid (titer bepalingen). Het resulataat van een quantitatiev etest is dus een getal met enventueel en eenheid. Voor het coderen van de eenheiden is gakozen voor UCUM &amp;lt;ref&amp;gt;http://unitsofmeasure.org/trac&amp;lt;/ref&amp;gt;. UCUM is een manier om eenheden zoals SI-eenheden, weer te geven zodat die eenduidig door elektronische systemen kunnen worden verwerkt. UCUM definieert zelf dus geen eenheden. Binnen de labcodeset heeft het codeeer team een keuze gemaakt voor de eenheid. Daar waar voor een bepaalde test meerdere eenheden in omloop waren is er toch een keuze gemaakt voor een enkele eenheid. (bv mg/L ipv ug/mL bij antibiotica resistenties). Een consequentie van deze keuze is dat sommige laboratoria in hun systeem over moeten naar nieuwe eenheden. In het voorbeeld hierboven is dat geen grote wijziging maar indien er over gegaan wordt van mmol/L naar mg/L is de impact vele malen groter. Om communicatie tussen zorgverleners mogelijk te maken is het echter essentieel dat hierin en keuze wordt gemaakt. Aan het inhoudelijk beheer van de labcodeset is het de taak om te waken dat de keuze van de eenheden eenduidig is. Dwz dat vergelijkbare testen dezelfde eenheid krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
Sommige observaties of microbiologische testen hebben als resultaat een goed geordend lijst aan mogelijke uitkomsten maar er is geen lineare relatie tussen deze uitkomsten. Voorbeelden zijn bv rapportage van hoeveelheid microorganismen als 1+, 2+, 3+ of aanwezig, afwezig. In de praktijk blijkt dat verschillende laboratoria voor deze uitslag verzameling eigen keuzes hebben gemaakt. Met andere woorden het zijn eigen lijsten en er is geen afstemming tussen de laboratoria over de onderlinge relatie. Dit maakt uitwisselen en eenduidoge interpretatie van gegevens onmogelijk. Immers hoe verhoud een resultaat van een laboratoium dat hoeveelheden rapporteerd als 1+, 2+, 3+ zich tot een lab dat rapporteerd als sporadisch, weinig, veel?&lt;br /&gt;
De eenheid van taal werkgroep zal binnen de labcodeset bij ordinale observatie een voorstel doen voor de te gebruiken uitslag verzameling. De individuele waarden van deze verzamelingen zullen gecodeerd worden mbv SNOMED-CT codes. Deze codes zijn enkel nodig voor communicatie tussen laboratoria en laboratoria zijn vrij om binnen hun eigen systeem eigen vertalingen te hanteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
een voorbeeld van een resultaat verzameling is de ordinale lijst welke gebruikt wordt voor het rapporteren van ordinale moleculaire en serologische bepalingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;color: black; background-color: #CCC0D9;&amp;quot; width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
!SNOMED-CT concept&lt;br /&gt;
!preferred name&lt;br /&gt;
!Nederlandse vertaling&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260373001&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|260415000&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Not detected&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Niet aangetoond&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|419984006&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Inconclusive&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onduidelijk&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|82334004&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Indeterminate&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background-color: white;&amp;quot;|Onbepaald&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12784</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12784"/>
		<updated>2017-12-13T13:37:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Kwantitatieve testen en eenheden= */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden====&lt;br /&gt;
Een kwantitatieve test is een test waarbij het resulaat een hoeveelheid is en waarbij de mogelijke waarden van het resultaat een vaste relatie tot elkaar hebben. Dit kan een continue reeka van waarden zijn met een eenheid zijn zoals concentraties in mg/mL of discrete waarden zonder eenheid (titer bepalingen). Het resulataat van een quantitatiev etest is dus een getal met enventueel en eenheid. Voor het coderen van de eenheiden is gakozen voor UCUM &amp;lt;ref&amp;gt;http://unitsofmeasure.org/trac&amp;lt;/ref&amp;gt;. UCUM is een manier om eenheden zoals SI-eenheden, weer te geven zodat die eenduidig door elektronische systemen kunnen worden verwerkt. UCUM definieert zelf dus geen eenheden. Binnen de labcodeset heeft het codeeer team een keuze gemaakt voor de eenheid. Daar waar voor een bepaalde test meerdere eenheden in omloop waren is er toch een keuze gemaakt voor een enkele eenheid. (bv mg/L ipv ug/mL bij antibiotica resistenties). Een consequentie van deze keuze is dat sommige laboratoria in hun systeem over moeten naar nieuwe eenheden. In het voorbeeld hierboven is dat geen grote wijziging maar indien er over gegaan wordt van mmol/L naar mg/L is de impact vele malen groter. Om communicatie tussen zorgverleners mogelijk te maken is het echter essentieel dat hierin en keuze wordt gemaakt. Aan het inhoudelijk beheer van de labcodeset is het de taak om te waken dat de keuze van de eenheden eenduidig is. Dwz dat vergelijkbare testen dezelfde eenheid krijgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12781</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12781"/>
		<updated>2017-12-13T13:21:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Organismen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden=====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12780</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12780"/>
		<updated>2017-12-13T13:20:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Referenties */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden=====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12779</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12779"/>
		<updated>2017-12-13T13:20:41Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Specificeren van Materialen en Methode */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Referenties===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden=====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12778</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12778"/>
		<updated>2017-12-13T13:20:00Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Methode */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
In het EvT bericht is de mogelijkheid om een specificatie van de methode mee te geven daar waar de Loinc code niet of onvoldoende informatie geeft. Voor de codering van de methode wordt gebruik gemaakt van SNOMED-CT. Een lijst met methode codes is beschikbaar op de NICTIZ website &amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=method&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden=====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12775</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12775"/>
		<updated>2017-12-13T12:32:00Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Materialen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site.&lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden=====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12774</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12774"/>
		<updated>2017-12-13T12:31:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Eenheid van taal microbiologie */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site &lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden=====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12773</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12773"/>
		<updated>2017-12-13T12:30:35Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Materialen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;[https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum]&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site &lt;br /&gt;
&amp;lt;ref&amp;gt;https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden=====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12772</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12772"/>
		<updated>2017-12-13T12:29:24Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Materialen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;[https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum]&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site &lt;br /&gt;
#[[https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden=====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12771</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12771"/>
		<updated>2017-12-13T12:28:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Materialen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;[https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum]&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site&lt;br /&gt;
 [gfgdshf[https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material]fgg]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden=====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12770</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12770"/>
		<updated>2017-12-13T12:28:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Materialen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;[https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum]&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site&lt;br /&gt;
 [[https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material]fgg]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden=====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12769</id>
		<title>Labcodes microbiologie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.test-nictiz.nl/index.php?title=Labcodes_microbiologie&amp;diff=12769"/>
		<updated>2017-12-13T12:27:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Pieter-Jan Haas: /* Materialen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{underconstruction}} &lt;br /&gt;
==Eenheid van taal microbiologie==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de door Nictiz gepubliceerde white paper &#039;Hoe plukt u de vruchten van LOINC, &lt;br /&gt;
SNOMED CT en UCUM? &amp;lt;ref&amp;gt;[https://www.nictiz.nl/publicaties/whitepapers/hoe-plukt-u-de-vruchten-van-loinc-snomed-ct-en-ucum]&amp;lt;/ref&amp;gt;&#039; wordt beschreven waarom en wanneer LOINC, SNOMED-CT en UCUM gebruikt worden in de communicatie van laboratorium orders en resultaten. &lt;br /&gt;
Naast de keuze voor deze terminologie stelsels heeft de Eenheid van taal groep ook afspraken moeten maken hoe deze codeerstelsels gebruikt dienen te worden om te komen tot zogenaamde codeerconventies. Dit heeft met name te maken met de relatief grote keuzevrijheid die LOINC nog biedt. Bij het maken van die keuze is altijd het uitgangspunt geweest dat met de codeset eenduidig en ondubbelzinnig de in Nederland gebruikte testen kan worden gecodeerd. De combinatie van LOINC en SNOMED-CT wordt voor internationale samenwerking de meest voor de hand liggende keuze geacht op dit moment. De combinatie is nog nergens echt uitgekristalliseerd maar ook internationaal wordt gezocht naar harmonisatie tussen de twee stelsels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een labcode bestaat uit uit een LOINC en SNOMED-CT code eventueel gespecificeerd met een methode en een uitslag verzameling. LOINC en SNOMED codes zijn numerieke codes. In laboratorium systemen wordt veelal gebruik gemaakt van lokale codes omdat deze codes vaak direct door gebruiker leesbaar dienen te zijn. Men dient zich te allen tijde te realiseren dat EvT, en daarbij het gebruik van labcodes, gaat over eenduidige communicatie tussen laboratoria onderling of tussen laboratoria en andere zorgverleners. EvT gaat nadrukkelijk niet over inrichting van processen en van systemen binnen de muren van het laboratorium. Er dient daarom een mapping plaast te vinden van lokale codes naar de correcte overeenkomende labcode. Vanzelfsprekend kan een mapping slecht plaats vinden wanneer de informatie daadwerkelijk in het Laboratorium Infromatie Systeem aanwezig is. Om het kiezen van de juiste labcode te ondersteunen heeft de Eenheid van taal werkgroep een set samengesteld met de labcodes van de in Nederland uitgevoerde laboratoriumbepalingen. Deze is beschikbaar via http://labterminologie.nl. Deze codes zijn geselecteerd obv een aantal afspraken (codeerconventies) die gemaakt zijn in overleg met inhoudsdeskundigen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om laboratoria te ondersteunen bij hun lokale mapping volgt hier een beschrijving van de codeerconventies. De totale set aan condeerconventies hebben betrekking op zowel de Kinische Chemische als Microbiologische labcodes. In dit document zal de focus liggen op de microbiologie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Coderen van laboratorium onderzoek==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===LOINC codes===&lt;br /&gt;
De LOINC codes worden gedefinieerd over verschillend assen. Een uitgebreide beschrijving van deze assen is te vinden in de &#039;LOINC user-guide&#039; op http://www.loinc.org . Hier volgt een korte omschrijving van de belangrijkste assen waarbij er expliciet ingegaan wordt op de voor Nederland gemaakt keuzes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====De loinc code==== &lt;br /&gt;
De loinc code is een uniek vaste code die de volledige naam van het laboratorium onderzoek uniek identificeert. De loinc code heeft geen structuur. De loinc code wordt gebruikt in elektronische systemen en berichten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De volledige naam (&amp;quot;long common name&amp;quot; in het Engels) van een test of observatie bevat vijf of zes elementen; De component of analiet (bv, amoxicilline, hepatitis A antistoffen.IgG), de eigenschap (property) (bv, gevoeligheid, analiet concentratie), Tijdsaspect van de meting (bv, is het een enkele meeting of over een periode), het systeem of monster (bv urine, bloed), de schaal (bv, kwalitatief, kwantitatief, nominaal), methode (indien relevant bv, EIA, immunoblot)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Component(Analiet)====&lt;br /&gt;
De component beschrijft de daadwerkelijk gemeten grootheid. De component bestaat zelf weer uit verschillende onderdelen die de component verder specificeren (bv, een specifieke subklasse bij antilichamen, na vaccinatie). Een verdere beschrijving van de grammatica en de verschillende onderdelen van de component is terug te vinden in de LOINC gebruikers gids. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Soort Eigenschap (Property)====&lt;br /&gt;
De eigenschap (property) beschrijft in wat voor een soort hoeveelheid de test gemeten wordt. Wanneer een bepaalde component op verschillende manieren gemeten kan worden dan wordt het onderscheid beschreven door de eigenschap van een LOINC-code. als voorbeeld; De concentratie van een bepaald analiet kan bijvoorbeeld gemeten worden als massa concentratie (ug/mL), stof concentratie (mol/L), of arbitraire concentratie (Units/L). Het onderscheid tussen deze LOINC&#039;s met dezelfde component wordt gemaakt met door de &#039;property&#039; (MCnc, SCnc en ACnc respectievelijk). Veelal wordt de keuze van property lokaal (nationaal) bepaald. bv creatinine concentratie in bloed wordt in Nederland gemeten in umol/L (stof concentratie) terwijl dat in de VS mg/dL (massa concentratie) is. In Nederland en de VS worden dus verschillende LOINC codes gebruikt voor de test om creatinine te meten. De resultaten van de verschillende tests kunnen ook niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Belangrijke &#039;properties&#039; in de microbiologie zijn bv Prid, Susc en PrThr &lt;br /&gt;
Prid (Presence or identifier) wordt gebruikt voor microbiologische kweken. Hiermee kan de aan-/afwezigheid van een organisme gerapporteerd worden en indien aanwezig ook welk oranisme het is (identifier)&lt;br /&gt;
Susc (Susceptibility) wordt gebruikt om een gevoeligheid voor antibiotica te meten&lt;br /&gt;
PrThr (Presence/threshold) wordt gebruikt om de aan- of afwezigheid aan te geven ook als die gebasseerd is op een interne cutt-off. (bv, moleculaire diagnostiek). &lt;br /&gt;
Een uitgebreide beschrijving van de verschillende &#039;properties&#039; is terug te vinden in de LOINC gebruikersgids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Tijd====&lt;br /&gt;
Het tijdsaspect wordt gebruikt om aan te geven of een meting op een enkel tijdspunt plaastvindt (Pt, point in time) of dat er over een tijdsperiode gemeten wordt. In de microbiologie zal dit nagenoeg altijd een puntmeting zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Systeem====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het systeem is datgene waarop of waarin een observatie gedaan is. Dat kan een materiaal zijn zoals serum bij antistof bepaling maar het kan ook de patient zijn zoals bij een bloeddrukmeting. Loinc definieert vele verschillende soorten systemen. Door die verschilende systemen zou er en wildgroei aan nieuwe loinc codes ontstaan omdat in test die in vele materialen uitgevoerd kan worden voor ieder materiaal een nieuwe loinc-code zou krijgen. Dat is om verschillende redenen onwenselijk. Ten eerste beteken verschillende loinc codes dat de inhoudelijke waarde van de verschillende testen verschilt en dat je de resultaten niet met elkaar mag vergelijken. Het moge duidelijk zijn dat een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit urine een een &#039;&#039;E. coli&#039;&#039; geisoleerd uit een wond niet van elkaar verschillen (let op het gaat hier om het resultaat van de test niet om de klinische interpretatie). Het zou daarom logische zijn dat beide testen de (bloedkweek en urinekweek) dezelfde loinc code zouden krijgen. Een tweede rede is dat met name in de microbiologie dat een bacteriele kweek in bijna een oneindig aantal verschillende materialen uitgevoerd kan worden. Dit zou leiden tot een wildgroei in nieuwe loinc codes wat niet beheerbaar is. &lt;br /&gt;
Dit probleem speelt minder bij de klinische chemie omdat daar het aantal verschillende materialen veel minder is.&lt;br /&gt;
Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem. Loinc geeft d mogelijkheid om testen te definiëren in materiaal XXX. Dit leidt tot de volgende afspraak: Testen die onderling vergelken kunnen worden en die in vele verschillende materialen uitgevoerd kunnen worden krijgen bij voorkeur de loinc code met systeem XXX. Testen ie bij voorkeur in een specifiek materiaal worden uitgevoerd krijgen de code voor dat specifieke materiaal. bv serum bij serologische testen. Bij de keuze voor system XXX dient men zich ook te realiseren of de referentiewaarden voor de verschillende materialen overeenkomen. Dezefde loinc code voor testen met verschillende referentiewaarden kunnen in sommige LIMS sytemen voor problemen zorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een speciaal probleem zijn testen die in 2 verschillende materialen worden uitgeverd (bv Serum en liquor bij het berekenen van GWC ratio&#039;s) Het betreft eigenlijk 2 teseten die asl set worden aangevraagd en uitgevoerd waarbij het resultaat van de test samengesteld wordt uit beide observaties. Het zijn dus eigenlijk 2 testen met een interpretatie. Momenteel is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe hiermee om te gaan. (1 Loinc met een combinatie van systemen of meerdere loinc codes elk met hun eigen systeem.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor serologische testen kan in de loinc tabel verschillende systemen gevonden worden, met name het systeem &#039;serum&#039; of de combinatie &#039;serum of plasma&#039;. Binnen de Nederlandse subset hebben we de afspraak gemaakt om de loinc code met systeem serum te kiezen voor serologische testen omdat dit het voorkeursmateriaal is waarin deze test wordt uigevoerd OOK als de test ook in plama kan worden verricht. De specificatie van het materiaal wordt dan elder in het bericht meegegeven (SPM segment, zie hieronder)&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
Dit veld in de loinc geeft de mogelijkheid om de methode te specificeren. Echter in sommige gevallen is de methode in loinc niet eenduidig o onvolledig gespecificeerd. Het beste voorbeeld zijn de serologische testen. Er worden verschillende werologische methoden onderscheiden in loinc zoals IA (immunoassay), IB (immunoblot), complement fixatie, enz) maar ook methode loze. Voor IA willen we vaak nog gespecificcerder aangeven welke method gebruikt is en daarvoor wordt het methode veld in het HL7 bericht gebruikt. Bij de serologische Loinc&#039;s gaat de voorkeur daarom uit om een methodeloze loinc te gebruiken en de methode in het bericht verder te specificeren. Mogelijk wordt in de toekomst nog een verdere specificering aangebracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Specificeren van Materialen en Methode===&lt;br /&gt;
Zoals hierboven reeds is uitgelegd is loinc soms onvoldoende om de gewenste informatie te coderen of zou dat leiden tot een wildgroei aan nieuwe loinc code&#039;s. In dit soort gevalllen is er gekozen om deze extra informatie elders in het HL7 bericht te plaatsen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Materialen====&lt;br /&gt;
Materialen worden binnen EvT in het HL7 bericht meegegeven in het SPM segment. Het materiaal dient hier altijd gespecificeerd te worden OOK als deze reeds in de LOINC code gedefinieerd is. Het materiaal wordt binnen EvT gecodeerd dmv SNOMED-CT concepten. Het materiaal wordt gecodeerd dmv van ppst coordinatie. Dit wil zeggen dat een materiaal niet gedefineerd wordt door een enkel code maar dat deze gedefinieerd wordt over 5 assen. Deze assen zijn: de substantie (bv urine), de anatomische lokatie (bv urinewegen), de morfologische afwijking (bv wond), de wijze van verkrijgen (bv punctie) en de &#039;identity&#039; oftewel het gebruikte apparaat (device, bv cathetertip). Daarnaast kan nog apart in het bericht de lateraliteit (links of rechts) meegegeven worden. De lijst met veel gebruikte materialen is beschikbaar via op de Nicitz site&lt;br /&gt;
 [[https://labterminologie.nl/art-decor/lab-materials-methods?target=material]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Methode====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Resultaat en Resultaatverzamelingen===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Kwantitatieve testen en eenheden=====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Ordinale resultaat verzamelingen====&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
====Organismen====&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Pieter-Jan Haas</name></author>
	</entry>
</feed>